Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (10062.001) Geerstraat 27 te Vaassen
收藏DANS Data Station Archaeology2019-07-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XT4-SV8B
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Alleen voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag. Het plangebied ligt namelijk aan het uiteinde van een daluitspoelingswaaier binnen een oostelijke uitloper van een grootschalig gebied van dekzandruggen en welvingen ligt. De hoger gelegen dekzandruggen en -welvingen hadden een gunstige ligging voor Jager-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de dekzandruggen de meest gunstige locaties. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied heeft behoort/heeft gelegen binnen de begrenzing van een historisch erf. De verwachting is dat binnen het plangebied een (dik) plaggendek is opgebracht. Binnen het plangebied hebben voor zover bekend geen bouwwerkzaamheden plaatsgevonden, maar voor de inrichting tot opslagterrein is niet bekend of en zo ja, en in welke mate er bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische complexen bekend en zijn geen archeologische waarnemingen gedaan. In de omgeving van het plangebied heeft nog niet eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) laten zien binnen het merendeel van het plangebied recente bodemverstorende ingrepen zich beperkt hebben tot de bovengrond, tot een diepte van gemiddeld 40 cm -mv. Hieronder bevindt zich een intact/niet recent geroerd deel van een plaggendek tot gemiddeld 60 cm -mv, gevolgd door een restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem, in de vorm van een restant van de Bhe-horizont dan wel direct de overgangs-BC-horizont. De dikte van het plaggendek, ook al is het bovenste deel recent geroerd/omgewerkt, is voldoende om te spreken van een hoge bruine enkeerdgrond als huidig bodemprofiel. Vanaf gemiddeld 100 cm -mv bevindt zich de C-horizont en betreft daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen). Bij twee boringen zijn diepere verstoringen waargenomen, tot maximaal 75 cm -mv. De locaties van deze boringen vormen echter geen terreindeel die duiden op grootschalige vergravingen.</p><p>Antropogeen materiaal is alleen aangetroffen in het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw en bestaat uit alleen resten recent beton- en baksteenpuin en plastic. Deze resten zijn vanuit archeologisch oogpunt niet relevant. Onder het verstoringsniveau zijn in géén van de boringen archeologische resten aangetroffen. </p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij de hoge verwachting gold op het aantreffen van archeologische indicatoren, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. In géén van de boringen zijn archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Epe hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-07-12



