five

Archeologisch onderzoek Kabelverbinding GT380-GT150 Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg

收藏
DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UTKXEA
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De capaciteit van de bestaande twee 380/150 kV transformatoren op het hoog- spanningsstation Geertruidenberg is onvoldoende om de verwachte ontwikkelingen op te kunnen vangen. Daarom is op korte termijn sprake van congestie op het net. Om de congestie zo spoedig mogelijk te verminderen, is het noodzakelijk dat er op korte termijn twee extra vermogenstransformatoren geplaatst worden op het hoogspanningsstation Geertruidenberg 380 (GT380). TR413 is momenteel in aanbouw op veld 25. Daarnaast wordt een vierde transformator (TR414) gerealiseerd op veld 26. Om de transformatoren op veld 25 en 26 te koppelen aan het bestaande 150 kV-station Geertruidenberg (GT150), zijn twee nieuwe 150 kV-kabelverbindingen noodzakelijk met een lengte van circa 1 kilometer. Aanvankelijk was dit gepland door middel van open ontgraving. Inmiddels wordt het gedaan door twee gestuurde boringen en een klein deel open ontgraving. Er is binnen het plangebied een archeologische verwachting op archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de vernatting van het landschap, is het mogelijk dat de lagere delen van het plangebied vanaf het Neolithicum al minder aantrekkelijk werd voor bewoning. De trefkans op het aantreffen van archeologische resten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is lager voor het zuidwestelijke deel van het plangebied. Tijdens het verkennende booronderzoek is aangetoond dat enkel in de eerste drie boringen er geen veenpakket is aangetroffen. Dit betekent dat een veel groter deel van het tracé minder aantrekkelijk voor bewoning moet zijn geweest. Daarbij is er sprake van aftopping, in slechts 1 boring is er een intacte podzolbodem gevonden en in de rest direct bouwvoor op C-horizont van het dekzand. De trefkans op het aantreffen van archeologische sporen is dan ook laag. Archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum zouden kunnen worden aangetroffen in de top van het dekzand, maar – aangezien er sprake van veenvorming in het plangebied ten tijde van het Neolithicum – kan deze verwachting voor een groot deel worden bijgesteld naar Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Tijdens het verkennende booronderzoek is er aftopping in de boringen waargenomen in het deel met een hoge verwachting op archeologische resten uit de Middeleeuwen. Daarbij is de bodem een stuk natter geweest dan voorheen geacht. Hierdoor is de trefkans op het aantreffen van intacte archeologische resten uit de Middeleeuwen laag. Vandaar dat er een karterend booronderzoek is geadviseerd om de verwachting op het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum te achterhalen. Het karterende booronderzoek over het gehele tracé heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd met uitzondering van een klein fragment vuursteen (5 mm grootte) ter hoogte van boring 9. Verder onderzoek naar het fragment vuursteen kon niet uitsluiten of het daadwerkelijk om een antropogeen fragment vuursteen gaat. Geadviseerd is om op een afstand van 1 meter onderlinge afstand verdere karterende boringen te plaatsen. Deze karterende boringen kunnen dan, bij het aantreffen van een vindplaats, direct gebruikt worden om deze vindplaats te waarderen. Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 4 en 11 oktober. Hierbij zijn 22 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,1 m in de C-horizont. De boringen zijn gezet in een grid verschillende lijnsegmenten in elke windrichting om de 1 meter vanaf boorpunt 9. In deze extra boringen zijn geen aanwijzingen of bewijzen aangetroffen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek en aangezien de werkzaamheden zijn aangepast naar voornamelijk gestuurde boringen wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, geen vervolgonderzoek te doen uitvoeren, kan worden ingestemd. Monumentenhuis Brabant adviseert dat het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en (bouw)vergunning wordt verleend door de gemeente Geertruidenberg onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225). Voorliggend archeologisch conceptrapport kan door het onderzoeksbureau definitief worden gemaakt.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务