Transect-rapport 1163: Inventariserend Veldonderzoek, IVO Fase 2. Almere, 5H Kathedralenpad, Gerard de Beer, Oosterwold, Gemeente Almere (FL)
收藏DANS Data Station Archaeology2017-01-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X56-E5CR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>in de periode november-december 2016 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied 5H Kathedralenpad in Almere-Hout (gemeente Almere). De aanleiding voor het onderzoek is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, dat de bouw van een woning in het plangebied mogelijk moet maken. De voorgenomen werkzaamheden gaan gepaard met bodemingrepen, waardoor de oorspronkelijke bodemlagen - en hiermee de eventueel aanwezige archeologische resten - in het gebied kunnen worden verstoord. Het plangebied ligt in een gebied dat op de Archeologische Beleidskaart Almere (ABA) staat aangegeven als een ‘Archeologie-Waarde 1’, waarvoor - conform de Archeologieverordening Almere 2016 (vastgesteld op 21 april 2016) - een onderzoeksplicht geldt. In het plangebied heeft eerder een archeologisch vooronderzoek plaatsgevonden (De Boer 2016a). Dit onderzoek, een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), is uitgevoerd om de bodemopbouw en de mate van intactheid ervan in beeld te brengen. Op grond van dit onderzoek bestaat in een deel van het plangebied een archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Tevens is in het plangebied toen (mogelijk) bewerkt vuursteen aangetroffen. Om deze redenen is een aanvullend onderzoek voorgesteld om meer inzicht te krijgen in de daadwerkelijke aanwezigheid van resten in het plangebied. Op basis hiervan is een inschatting te maken van de archeologische potentie van het gebied. Onderhavig rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek.</p><p>Op basis van de karterende fase van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Op basis van de diepteligging van het zand valt aan de hand van de zanddieptekaart in bijlage 6 af te leiden dat binnen het plangebied sprake is van een relatief sterk verschil in diepteligging van het pleistocene zand. In het zuidelijk deel van het plangebied bevindt het zand zich op een diepte van circa 6,1 m –NAP, hetgeen vermoedelijk het gevolg is van de ligging van dit deel op de rand van een dekzandrug of rivierduin. Gebaseerd op de reconstructie van het verloop van de Oude Getijdeafzettingen in het plangebied lijkt in het noordelijk deel een kleine getijde- of kreekgeul te hebben gelegen. De opvulling bestaat uit humeuze klei, afgewisseld met detritus en fragmenten visbot. Naar verwachting zullen in de geulvulling geen sporen van een nederzetting te verwachten zijn, maar resten van afvaldumps e.d. zijn niet uit te sluiten. Geulvullingen bieden daarom hierop archeologische potentie, maar die zijn echter op basis van het dwarsprofiel niet geconstateerd. Bewoonbare oeverafzettingen zijn in het plangebied niet aangetroffen. Het is waarschijnlijk dat deze als gevolg van erosie zijn verdwenen. Binnen de grenzen van het plangebied zijn tijdens het karterend onderzoek geen aanwijzingen gevonden die op de aanwezigheid van een vindplaats wijzen. Harde archeologische indicatoren (zoals vuursteenafslagen, gebroken kwarts, aardewerk en/of verbrand bot) of andersoortige aanwijzingen zijn in de residuen niet aangetroffen. De vondsten uit de residuen beperken zich tot houtskool en knappersteen. Op basis van een second opinion is het - door De Boer (2016) gevonden - fragment vuursteen als harde archeologische indicator aan te wijzen. Of de context van de vondst daadwerkelijk op de aanwezigheid van een nederzetting/vindplaats wijst, valt te betwijfelen. De lithologische opbouw van het dekzand, zoals door De Boer (2016) beschreven, doen de mogelijkheid van verspoeling ook bestaan.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2017-01-10



