Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Clarenburg 1 te Leusden, gemeente Leusden. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2017-06-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZCU-N9Y8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Heilijgers bv heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunningsprocedure voor een plangebied in de gemeente Leusden (kaart 1). Op de locatie Clarenburg 1 te Leusden zal het bestaande schoolgebouw (thans in gebruik als noodopvang voor asielzoekers) worden gesloopt waarna er woningbouw zal worden gerealiseerd. Er is momenteel alleen een schetsontwerp beschikbaar, de exacte aard en diepte van de fundering is afhankelijk van de bodemopbouw en derhalve nog niet bekend. De appartementencomplexen worden deels voorzien van een parkeerkelder die op circa 3 meter onder maaiveld wordt aangelegd. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 1,4 hectare en is momenteel vrijwel geheel bebouwd of verhard. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. In eerste instantie is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het doel hiervan was om op basis van de bestaande gegevens inzicht te verkrijgen in de bodemkundige, geo(morfo)logische, historisch-geografische en archeologische kenmerken van het plangebied. Op basis van de resultaten hiervan, is een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied zich op een dekzandvlakte bevindt waarop zich onder natte omstandigheden een meerveenbodem heeft kunnen vormen. Het westelijk deel van het plangebied heeft conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart een middelhoge archeologische verwachting. Voor het oostelijk deel van het plangebied wordt deze als laag ingeschat. Vervolgens is een verkennend booronderzoek uitgevoerd, dat tot doel had de specifieke archeologische verwachting te toetsen. Hiermee is bepaald of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. De bodemopbouw, zoals deze is waargenomen tijdens het booronderzoek, bevestigt de aanwezigheid van een dekzandvlakte waarop zich een veenpakket heeft gevormd. In vier boringen is er echter geen veen meer aanwezig en is deze afgegraven. In deze boringen (4-6, 9) is sprake van een verstoord zandpakket op C-horizont. In de andere diep doorgezette boringen (2, 3, 7, 8) is onder het verstoorde zandpakket nog een restant van het voormalige veenpakket aanwezig. In boring 8 is het veenpakket het dikst, ca. 1,0 m. In het onderliggende dekzand heeft geen bodemvorming plaatsgevonden en is direct de C-horizont aangeboord. De oorspronkelijke bodemopbouw is deels niet meer intact aanwezig. Tot een diepte van circa 0,8 à 1,0 m –mv is de bodem verstoord. Het onderliggende dekzand is tot in de C-horizont verstoord, of is onder een pakket veen aangeboord. Vanwege de verstoringen en de natte omstandigheden waarin het veen gevormd is, kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is.</p>
提供机构:
Vestigia BV
创建时间:
2017-05-01



