five

Ritthem Bosschaartsweg KRW2018 locatie 60 Ritthem Bosschaartsweg KRW2018 locatie 60, Gemeente Vlissingen. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2C3-EMT4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Waterschap Scheldestromen heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in april/mei 2018 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied gelegen in het buitengebied van Ritthem tussen de Bosschaartsweg en de Scheeweg, in de gemeente Vlissingen. De aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om de binnen het plangebied gelegen oevers van watergang de Scheesprink (KRW locatie 60) een minder steil talud te geven. Hiertoe zijn graafwerkzaamheden voorzien tot een diepte van max. 2,10 m -NAP (ca. 1,35 m -mv).</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het Archeologisch Bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Resumerend is hierin gesteld dat voor de vroege prehistorie op het niveau van het pleistocene dekzand (Laagpakket van Wierden) en lage verwachting geldt op het aantreffen van vindplaatsen. Op het Laagpakket van Wormer geldt voor het Laat-Neolithicum een lage verwachting en voor de Bronstijd, in de onderzijde van het Hollandveen Laagpakket geldt eveneens een lage verwachting. Voor de IJzertijd en de Romeinse Tijd geldt een hoge verwachting op de top van het veen. Gelet op de ligging in de nabijheid van twee kreekruggen, maar wel binnen het komgebied, geldt voor de Vroege en Late Middeleeuwen een middelhoge verwachting binnen het plangebied. Kreekruggen boden in deze perioden een relatief hooggelegen, gunstige plaats voor bewoning. Voor de Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting vanwege het ontbreken van cartografische referenties voor bewoning. </p><p>Het opgestelde archeologisch verwachtingsmodel is middels een Inventariserend Veldonderzoek getoetst. Hiertoe zijn binnen het plangebied 9 verkennende boringen gezet. Het geplande boorgrid is echter gewijzigd omdat ter plaatse bleek dat de zuid/oost oever van de watergang niet toegankelijk was door de aanwezigheid van vee. De boringen zijn zodoende op de noord/west oever geplaatst, waarbij het boorgrid wel extra is verdicht (9 boringen i.p.v. de geplande 7 boringen) om een zo volledig mogelijk beeld van de landschappelijke ondergrond te verkrijgen.</p><p>Uit het booronderzoek blijkt dat de top van het Laagpakket van Wormer intact aanwezig is, op een diepte tussen 2,18 en 2,64 m –NAP (1,05 – 1,60 m –mv). Gelet op deze diepteligging en de samenstelling van de afzettingen, bestond het toenmalige landschap uit een nat getijdemilieu met ongunstige bewoningsconditities. Daarmee blijft de lage verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit het Neolithicum ongewijzigd. Het boven deze afzettingen gelegen Hollandveen Laagpakket is uitsluitend in boring 1, 2, 4 en 8 intact aangetroffen. De intacte veentop is hier tevens sterk geoxideerd en veraard, waarmee duidelijk is dat het veen geruime tijd aan het oppervlak heeft gelegen. Deze top is aangetroffen tussen 1,77 en 1,92 m -NAP (0,65 – 0,90 m -mv). In de overige boringen is het veen als gevolg van mariene erosie en moernering niet meer intact en is geen veen of slechts een dun veenrestant aanwezig. Het is de verwachting, op basis van de Bodemkaart en het AHN, dat aan de overzijde van de watergang, waar geen booronderzoek mogelijk was, eenzelfde spreiding van intact veen aanwezig is. Dit bleek ook uit de zichtbare aanwezigheid van veen in de oever tijdens het veldonderzoek. Dit betekent dat aan beide oevers van de watergang twee zones met een hoge verwachting voor de top van het Hollandveen gelden voor de IJzertijd en Romeinse Tijd. Voor de overige delen van het plangebied geldt uitsluitend nog een lage verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen. Het boven het veen afgezette Laagpakket van Walcheren is uitsluitend in boring 1 t/m 3 intact aanwezig. De top van deze afzettingen ligt direct beneden de huidige bouwvoor, vanaf 0,35 m -mv. In de overige boringen zijn deze afzettingen niet meer intact doordat deze bij het afgraven van het onderliggende veen (moernering) in de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd zijn vergraven. Ook is sprake van recente verstoringen in dit niveau in boring 4, 5 en 6. De verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen wordt dan ook bijgesteld naar laag. Voor de Nieuwe Tijd blijft de lage verwachting gelden aangezien het booronderzoek geen aanwijzingen voor vindplaatsen uit deze periode heeft opgeleverd.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2018-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务