five

(24755.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Leigraaf 55 in Twello

收藏
DataCite Commons2025-02-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/0C10VI
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Late-Middeleeuwen. Het plangebied ligt namelijk binnen een gebied van dekzandwelvingen, welke wat betreft hoogteligging, reliëf en bodemvochtigheid een tussenpositie inneemt in het dekzandlandschap. Vanaf het Laat-Paleolithicum werden, naast de hogere dekzandruggen en -koppen, ook wel de dekzandwelvingen gebruikt als woonplaats, begraafplaats en/of akkerland. De meeste voorkeur zal dus wel zijn uitgegaan naar de hogere dekzandruggen en -koppen als bewoningslocatie, echter ook de dekzandwelvingen waren hiervoor waarschijnlijk voldoende geschikt. Vanaf de Vroege-Middeleeuwen (Merovingische tijd) ontstond de Gelderse IJssel en behoorde het omliggende lager gelegen gebied tot zijn overstromingsvlakte. Deze vaak waterrijke gebieden bleven geschikt voor het houden van vee (natuurlijke graslandgebieden, hoge biodiversiteit). De landbouwgebieden werden vanaf het einde van de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd in stand gehouden door het opbrengen van een plaggendek/esdek. Beschikbaar historisch kaartmateriaal geeft aan dat het plangebied vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw amper in gebruik is geweest voor de landbouw. Eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied betreffen alleen vooronderzoeken (bureau- en/of booronderzoeken) en hebben niet in veel gevallen geresulteerd in het aantreffen van een verstoorde bodem, dan wel een bodem zonder archeologische indicatoren. Verder laat topografisch kaartmateriaal zien dat er binnen het plangebied bebouwing heeft gestaan welke deel heeft uitgemaakt van de Linthorst Vleeswarenfabriek en in de jaren ’80 van de 20e eeuw is gesloopt. Aan het begin van de 21e eeuw raakt het plangebied volledig verhard en is tot op heden gebruikt als opslagterrein. De verwachting was dan ook dat reeds (diepgaande) bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) bevestigen dat er reeds diepgaande bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd binnen het gehele plangebied. De bodemopbouw bestaat uit niet meer dan een dik pakket cunet-/stabilisatiezand met plaatselijk een dunne halfverhardingslaag van gebroken puin en geroerde/verstoorde lagen met veelal resten beton- en baksteenpuin/sloopafval. Het gaat duidelijk om recent geroerde/verstoorde lagen. Met een scherpe overgang betreft de onverstoorde bodem direct de C-horizont. Zeer waarschijnlijk zijn de verstoringen gerelateerd aan de bouw dan wel de sloop van bebouwing die binnen het plangebied heeft gestaan en deel heeft uitgemaakt van de Linthorst Vleeswarenfabriek.   Conclusie Geconcludeerd wordt dat binnen het gehele plangebied reeds naoorlogse bodemingrepen hebben plaatsgevonden en dat hierdoor (het) potentiële vondst-/sporenniveau(’s) volledig is/zijn aangetast. Archeologisch relevant vondstmateriaal is verder ook niet aangetroffen. Voor het plangebied dient de middelhoge verwachting voor de perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Late-Middeleeuwen en de lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd, bijgesteld te worden naar geen verwachting. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er hebben binnen het plangebied reeds diepgaande recente bodem-verstorende ingrepen plaatsgevonden, zeer waarschijnlijk gerelateerd aan de bouw dan wel de sloop van fabrieksbebouwing die er tot in de jaren ’80 van de 20e eeuw heeft gestaan. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Voorst) op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务