Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Blankenburgverbinding – locatie nieuwe watergang bij Maassluissedijk 202-206 te Vlaardingen. Gemeente Vlaardingen
收藏DANS Data Station Archaeology2020-07-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XC4-JHJ7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd voor een locatie op het perceel ten oosten van de Maassluissedijk 202-206 te Vlaardingen. Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een nieuwe watergang.</p><p>Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke informatie ligt in het noordwestelijke deel van het plangebied mogelijk een kreek in ondergrond. Vanwege (de nabijheid) deze kreek is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit de IJzertijd – Romeinse tijd. </p><p>Tijdens het booronderzoek is de kreek inderdaad aangetroffen. In het noordwesten van het plangebied liggen de kreekafzettingen relatief ondiep en is in de top een potentieel archeologisch niveau aanwezig in de vorm van een vegetatiehorizont. Dit potentiële niveau ligt op 0,8 m beneden maaiveld (ca. 2,2 m -NAP). De hoge verwachting voor een vindplaats uit de IJzertijd – Romeinse tijd blijft op basis van deze bodemopbouw gehandhaafd. Richting het zuiden komen de kreekafzettingen geleidelijk dieper te liggen en zijn ze afgedekt met een humeuze kleilaag en/of sterk kleiige veenlaag. De top van de kreekafzettingen ligt hier rond 1,0 – 1,15 m beneden maaiveld (2,6 – 2,75 m -NAP). Hier ontbreekt een duidelijk potentieel niveau in de vorm van een vegetatiehorizont en/of veraarde veenlaag.</p><p>Omdat de geplande graafwerkzaamheden tot in het potentiële archeologische niveau reiken, adviseert KSP Archeologie archeologisch vervolgonderzoek. De kans op een vindplaats is het grootste in het noordwestelijke deel van het plangebied, maar ook in de rest van het plangebied zijn archeologische sporen niet uitgesloten.</p><p>Gezien de aard van de werkzaamheden en het relatief beperkte oppervlak van de ontgraving, is het advies om het archeologisch onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding uit te voeren. Deze begeleiding kan worden opgesplitst in een proefsleuvenfase waarbij over de lengte van de sloot één lange sleuf wordt aangelegd en onderzocht op archeologische sporen. Als een behoudenswaardige vindplaats wordt aangetroffen, zal worden opgeschaald naar een opgraving waarbij de volledige breedte van 12 m wordt onderzocht (zie paragraaf 1.4 voor slootontwerp).</p>
创建时间:
2020-07-23



