Archeologisch bureau- en booronderzoek gracht Maarhuizen 1 te Winsum, gemeente Het Hogeland (GR)
收藏DANS Data Station Archaeology2023-02-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/TOTGLE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om ofwel enkele proefputten in de gracht te graven om de bodemopbouw en gelaagdheid van de gracht beter in kaart te brengen ofwel -aangezien het graven van proefputten in een watervoerende gracht in de praktijk lastig zal zijn- om de baggerwerkzaamheden te begeleiden, waarbij het slib nader onderzocht wordt op aanwezige archeologische resten. De humeuze gelaagdheid in de gracht, waarin veel plantenresten aanwezig zijn, duidt er waarschijnlijk op dat de gracht niet eerder uitgebaggerd is. Daarnaast kunnen in de gracht archeologische resten aanwezig zijn, die in verband kunnen staan met ofwel de naastliggende wierde ofwel het oude erf dat binnen de gracht ligt. Aanwezige archeologische resten kunnen onder meer de noordzijde van de gracht dateren. Het bevoegd gezag, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies.
Onderzoek. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied aan de rand van een stuwwal ligt die rond 3850 v. Chr. met veen overgroeid raakte. Dit maakte dat het onaantrekkelijk was voor de prehistorische mens als vestigingsplaats. De top van het dekzand, waarin zich bewoning uit de periode voorafgaand aan de veenvorming kan bevinden (steentijd), ligt op een diepte van circa 4,6 m-mv. Dankzij de zeespiegelstijging overstroomde het veen, met als gevolg dat het gebied rond 1500 v. Chr. in een kwelder kwam te liggen en rond 500 v. Chr. op een kwelderrug. Met het ontstaan van de hoger opgeslibde kwelder namen de bewoningsmogelijkheden toe. Vanaf de middeleeuwen werden dijken aangelegd, waarna het onderzoeksgebied binnendijks komt te liggen. Het onderzoeksterrein is deels op een wierde gelegen. De wierde bestaat uit een gedeeltelijke dorpswierde met een kerkhof en mogelijke resten van een kloostervoorwerk, daterend uit de late ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Het gaat hierbij om een wettelijk beschermd terrein (AMK-terrein 1191) waarvan de eerste schriftelijke melding stamt uit ca. 1000 na Chr. Op de militair-topografische kaart van Huguenin uit 1821 bestaat het onderzoeksgebied uit een gracht, met daarbinnen een erf en woonhuis. Het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied bestaat uit agrarisch land waardoor een landbouwweg ligt. Op de Kadastrale Minuut uit 1828 bestaat het onderzoeksgebied tevens uit een gracht, met daarbinnen de tuin, de boomgaard en het woonhuis van de familie Brommersma. De gracht is nu naar het zuiden uitgebreid en hierdoor groter dan in 1821. Voor het aanleggen van dit grachtdeel is de zuidelijke landbouwweg verwijderd. Uit het booronderzoek blijkt dat de gracht van onder naar boven bestaat uit wadafzettingen tussen 0,85 en 2,2 m-mv, met daarbovenop een sliblagen/ grachtvullingen bestaande uit afwisselende lagen siltige, humeuze klei, siltige, humeuze zand of siltige, humeuze klei en zand. In boring 8 (referentie boring) liggen de wadafzettingen een diepte van 0,85 m-mv. Op boring 4 na is deze wadafzetting overal dieper aangetroffen. Boringen 1, 2 en 7 zijn in het deel van de gracht daterend van vóór 1821 gezet, wat ook blijkt uit de grotere diepte van de gracht. Boringen 3 t/m 6 zijn in het deel van de gracht gezet dat rond 1828 is gegraven en dit deel is minder diep dan het noordelijke deel. Door het verschil in diepte varieert ook de gelaagdheid tussen de twee grachtdelen.
提供机构:
MUG Ingenieursbureau
创建时间:
2023-01-27



