Eindrapportage archeologisch booronderzoek (9700.001) Hoek Berencamperweg en Ambachtsstraat te Nijkerk
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFQ-WA2G
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijkerk ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Op grond van gegevens uit ARCHIS ligt het plangebied in een gebied waar tot op heden zeer weinig archeologische resten zijn aangetroffen. Het relatief laag gelegen dekzandgebied ten noorden van de historische kern van Nijkerk is in het verleden toch wel een vrij nat gebied geweest, wat waarschijnlijk als bewoningslocatie minder interessant was, zeker voor Landbouwers (Late-Prehistorie). Verder ligt het plangebied op grote afstand van bekende historische bewoningslocaties uit de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Qua archeologische verwachting kan eerder uitgegaan worden van een middelhoge verwachting dan een hoge verwachting, zoals weergegeven wordt op de beleidskaart van de gemeente Nijkerk. Geadviseerd is om een inventariserend veldonderzoek doormiddel van gecombineerd verkennende en karterende boringen uit te voeren, om daarmee een beeld te krijgen of er wel of niet een gerede kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat er over het algemeen sprake is van een vrij intacte bodemopbouw binnen het plangebied/tracé. Door alleen agrarisch gebruik hebben recente bodemverstorende ingrepen zich beperkt tot de bouwvoor/bovengrond, tot circa 40 cm -mv. Hieronder is nog een deel van het plaggendek aanwezig dat niet recentelijk lijkt te zijn bewerkt. Onder het plaggendek is een restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem aanwezig, vanaf de Bhe- dan wel de BC-horizont. Deze bodem heeft zich van nature kunnen vormen in dekzandafzettingen. Het permanent gereduceerde grondwaterniveau bevindt zich op een diepte van circa 130 cm -mv. Het plangebied neemt een ligging in meer op de flank van een dekzandrug dan wel een gebied van dekzandwelvingen, gezien de relatief ondiepe grondwaterstand.</p><p>Alleen bij de eerste twee boringen in het noordwestelijke deel van het tracé zijn diepere verstoringen waargenomen, maar echter niet in die mate waardoor ook de oorspronkelijke top van de C-horizont is omgewerkt. Voor het gehele tracé geldt dan ook dat het archeologisch potentiële sporenniveau gedeeltelijk zo niet nog geheel intact is. Het opgeboorde materiaal heeft echter geen archeologisch relevante indicatoren opgeleverd. Ook is er geen sprake van een humeuze laag onderin het plaggendek dan wel direct onder het plaggendek dat gefungeerd zou kunnen hebben als oude cultuur-laag of akkerlaag. Alleen in de huidige bouwvoor/bovengrond antropogeen materiaal bevinden zich enkele resten/brokjes bouwpuin (vooral baksteen en dakpan) en zijn allen van (sub)recente ouderdom. Deze resten zijn zeer waarschijnlijk door agrarische bewerking in de bodem terecht gekomen (bemestingsresten).</p><p>Conclusie<br>Op basis van het ontbreken van archeologisch relevante indicatoren kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet aanwezig zullen zijn. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De archeologische verwachting wordt door het booronderzoek bevestigd voor wat betreft de landschappelijke ligging van het plangebied, echter niet voor wat betreft de middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische indicatoren. Deze verwachting kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. In géén van de boringen zijn archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 Erfgoedwet juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevals-vondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Nijkerk en/of de deskundige namens het bevoegd gezag (de heer M. Verhamme (regio-archeoloog)) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-02-04



