Dijkrelicten Geul Loswal 5 en 10, Warder en Uitdam (gemeenten Edam-Volendam en Amsterdam)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-10-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X92-9B4H
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een Inventariserend veldonderzoek Opwater in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op twee locaties in het Markermeer bij Uitdam en Warder. Aanleiding is de voorgenomen aanleg van tijdelijke toegangsgeulen en loswallen ten behoeve van de aanvoer van materialen voor de geplande versterking van de Markermeerdijken. Op beide locaties zijn dijkrelicten op de waterbodem aangetroffen. Het doel van het onderzoek was om gegevens te verzamelen over de aard, opbouw en datering van deze lineaire structuren. In het dijkrelict bij Uitdam (loswal 10) is een raai van vijf boringen gezet en bij Warder (loswal 5) zijn twee raaien van elk 5 boringen verricht. Hiervoor is gebruik gemaakt van een werkschip met een vibrocore installatie. In beide deelgebieden is plaatselijk een pakket (humeuze) klei, kleiig veen of een combinatie daarvan, gelegen op autochtoon veen aangetroffen. De onderzoeksresultaten tonen aan dat de restanten van het dijklichaam bij Uitdam voorkomen in een strook van ca. 20 meter en bij Warder in een strook van minimaal 10 meter breed. Het opgebrachte pakket is bij Warder maximaal 65 cm dik en bij Uitdam 55 cm. De resultaten van het C14 onderzoek hebben voor het dijkrelict van Uitdam een datering opgeleverd voor de constructiefase in de 13e eeuw na Chr. en bij Warder mogelijk voor de overstromingsfase 14e of eerste helft van de 15e eeuw na Chr. Dit is in overeenstemming met het gegeven dat de eerste kaarten van het onderzoeksgebied uit het begin van de 16e eeuw dateren en dat de hier onderzochte dijken er niet op staan aangegeven. Het is aannemelijk dat de dijkrelicten verzakt zijn in de relatief slappe (veen)ondergrond, waarbij ter plaatse van de kruin van de dijk de zetting het sterkst was. Of er sprake is van erosie waarbij een deel van de dijk is verdwenen is niet te zeggen. Uit de literatuur is bekend dat de vroege dijken niet al te hoog waren en samen met het voorland een waterkerende functie hadden. Uit onderzoek van de profielen van de Westfriese Omringdijk tussen Hoorn en Enkhuizen komt naar voren dat als gevolg van de oxidatie en klink van het voorland het noodzakelijk was om de dijken te versterken en een directe waterkerende functie te geven. Daarbij is een stapsgewijze ontwikkeling van een lage zodendijk dijk tot en met de verstening van de dijkvoet te onderscheiden. De hier in de waterbodem aangetroffen dijkrestanten geven een beeld van de vroegste ontwikkelingsfase van de dijkenbouw, die als gevolg van een overstroming niet is doorontwikkeld en bewaard is gebleven als een getuigenis van de Nederlandse waterstaatsgeschiedenis. De restanten dienen daarom behouden te blijven en te worden opgenomen op lokale en landelijke cultuurhistorische en archeologische kaarten. Het is ook te overwegen om aandacht te besteden aan deze dijkrestanten en de eerder aangetroffen sporen van verdronken landschappen langs de Markermeerdijken in de vorm van een monument en/of informatiepaneel op het nieuw te realiseren dijklichaam.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2019-10-10



