five

(26551.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Het Hoge 34 in Vorden

收藏
DataCite Commons2025-02-13 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HE1HFN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Het plangebied heeft namelijk een ligging op een oost-west georiënteerde dekzandrug, waarop een plaggendek is aangebracht. Binnen een afstand van circa 120 meter ten zuiden van het plangebied ligt het oorspronkelijke beekdal van de Vordense beek. De hoger gelegen dekzandruggen hadden een gunstige ligging voor Jager-Verzamelaars (Laat Paleolithicum t/m Vroeg Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de dekzandruggen de meest gunstige locaties. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Het beekdal vormde een bron van (drink)water. De hoge verwachting wordt tevens ondersteund door de resultaten van eerder uitgevoerd gravend onderzoek vrijwel direct ten noordoosten van het plangebied, waarbij onder andere nederzettingsresten en -sporen (huisplattegronden en bijgebouwen/spiekers) zijn aangetroffen daterend uit de Midden Bronstijd en de Late Bronstijd/IJzertijd (Late Prehistorie). Mogelijk heeft de weg Het Hoge een oorsprong die terug-gaat tot in de prehistorie. Op de dekzandrug waar het plangebied op ligt, is tevens de dorpskern van Vorden ontstaan. Beschikbaar historisch kaartmateriaal geeft echter aan dat het plangebied buiten de historische dorpskern heeft gelegen, daarmee afwijkend van wat de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Bronckhorst aangeeft. Het plangebied maakte vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18e eeuw juist deel uit van de oude bouwlandcomplexen, welke rondom de historische dorpskern van Vorden lagen. Het plange-bied heeft langdurig een gebruik gekend als akkerland. Het huidige woonerf aan het Hoge 34, waar het plange-bied binnen ligt, is pas in de jaren ’50 van de 20e eeuw ontstaan. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) laten zien dat dat recente/moderne bodemverstorende ingrepen beperkt zijn gebleven tot de huidige bovengrond en dat er sprake is van een intacte hoge enkeerdgrond. In het zuidelijke deel van het plangebied lijkt vooral sprake te zijn van een ophooglaag. Er is sprake van een aanzienlijk dik en meerfasig plaggendek, welke doorloopt tot een diepte van minimaal 115 (boring 2) en gemiddeld 150 cm ten opzichte van het huidige maai-veld. Een zwak humeuze laag tussen het plaggendek en het “gele” zand van de C-horizont oogt als een oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag, de oorspronkelijke humeuze toplaag voordat plaggenbemesting plaatsvond binnen het plangebied. Deze oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag heeft een gemiddelde dikte van circa 30 cm.   Vanaf een diepte van gemiddeld 190 cm -mv bevindt zich de C-horizont. Het oorspronkelijke moedermateriaal betreft dekzandafzettingen. Het van nature gevormde bodemprofiel in de top van de dekzandafzettingen lijkt vrijwel in zijn geheel door vermoedelijk agrarische bewerking te zijn opgemengd. Alleen in de zuidelijk gelegen boringen lijkt nog een restant van de overgangs-BC-horizont aanwezig te zijn van het oorspronkelijke veldpodzolprofiel. Wel wordt verwacht dat archeologische sporen, indien aanwezig, nog merendeels intact kunnen worden aangetroffen (merendeels intact archeologisch potentieel sporenniveau). Archeologische sporen zullen direct zichtbaar zijn op de overgang van de oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag naar de BC-/C-horizont, op een diepte vanaf minimaal 145 (boring 2) en gemiddeld 190 cm ten opzichte van het huidige maaiveld. Bij alle gezette boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen, vooral in de oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag. Het gaat om kleine fragmenten handgevormd aardewerk dat waarschijnlijk dateert uit de Vroege tot Midden IJzertijd, wat ook goed aansluit bij het aangetroffen vondstmateriaal aangetroffen tijdens de vrijwel direct ten noordoosten van het plangebied uitgevoerde opgraving aan de Smidsstraat. Verder is in het plaggen-dek nog een laatmiddeleeuws fragment onbehandeld steengoed en een Nieuwe tijd fragment roodbakkend aardewerk en geglazuurd steengoed aangetroffen. De aangetroffen archeologische indicatoren duiden op de mogelijke aanwezigheid van een archeologische vindplaats, waarbij vooral verwacht wordt dat deze te relateren is aan de nabijgelegen vindplaats aan de Smidsstraat (waar bewoningssporen uit de perioden Midden Bronstijd t/m IJzertijd zijn aangetroffen). Conclusie Op basis van de geleverde onderzoeksinspanning en de daarbij aangetroffen archeologische indicatoren wordt geconcludeerd dat de kans reëel blijft dat er sprake is van een archeologische vindplaats. Zeker het vondstmateriaal in de oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag zal representatief zijn voor het eventueel aanwezige sporenniveau die meest duidelijk zichtbaar wordt verwacht direct onder de oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag, op een diepte vanaf minimaal 145 en gemiddeld 190 cm ten opzichte van het huidige maaiveld. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren binnen het gehele plangebied. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en nadat de sloop van het keukengedeelte van de bestaande woning heeft plaatsgevonden (verwijderen bovengrondse delen, betonvloeren en rechtstandig verwijderen van funderingen). Wanneer er behoudenswaardige archeologie wordt aangetroffen, kan gekozen een doorstart te maken naar een definitieve opgraving (DO) van maximaal de oppervlakte van de geplande nieuwbouw (aan te leggen bouwput voor de nieuwbouw, met een oppervlakte van circa 109 m²). Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid (gemeente Bronckhorst) goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Behoud in situ van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats is alleen maar mogelijk als bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 110 cm minus huidig maaiveld. Er dient een dikte van minimaal 30 cm van het plaggendek behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van de onderliggende vondsten- en sporenlaag die direct onder het plaggendek intact wordt verwacht (vondsten vooral in en sporen onder de oude cultuurlaag/fossiele akkerlaag). Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden of het economisch rendabel is om het plangebied zo op te hogen dat toekomstige graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw niet dieper gaan dan 110 cm minus huidig maaiveld. Dit geldt dan ook voor de aanleg van kabels en leidingen. Wellicht dat het fundatieplan van de nieuwbouw kan worden aangepast door middel van het aanleggen van ondiep gelegen funderingsbalken/betonvloer met vorstrand staande op schroefpalen/betonnen poeren (waarvoor normaliter bodemverstorende ingrepen beperkt kunnen blijven).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务