Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (4615.003) Almenseweg 2 te Warnsveld
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZX3-Q28E
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt binnen een uitgestrekt gebied van dekzandruggen. Het plangebied ligt specifiek op een naar het zuiden toe aflopende flank van een kleine dekzandrug, waarbij zich in de top van nature een veldpodzolbodem heeft gevormd. Dergelijke gradiëntsituaties werden door Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg Neolithicum) gezien als gunstige tijdelijke bewoningslocaties, zeker wanneer er in de nabijgelegen laagtes zeer natte condities heersten of onder water stonden. Voor Landbouwers zal dit gebied minder geschikt zijn geweest als permanente bewoningslocatie, aangezien de terreindelen die geschikt waren voor gewassenteelt vrij beperkt waren (geen dekzandruggen aanwezig van grotere omvang). In de directe omgeving van het plangebied zijn alleen twee grafheuvels bekend die beide bovenop de hoogste delen van dekzandruggen liggen. Wellicht werd dit als ritueel element beschouwd (zichtlocatie op een hoog gelegen terreindeel). Het aantal archeologische onderzoek binnen het onderzoeksgebied zijn vrij beperkt en hebben verder ook niet geresulteerd in het aantreffen van archeologisch vondstmateriaal. Beschikbaar historisch kaartmateriaal geeft aan dat het plangebied voor langere tijd deel heeft uitgemaakt van een uitgestrekt heidegebied; De Lochemse Heide. In de loop van de 19e eeuw veranderde dit landschap geleidelijk in een bosrijk gebied. In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-) Paleolithicum. Alleen voor Jagers-Verzamelaars ((Laat-)Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) wordt de kans hoog geacht. Voor Landbouwers (vanaf het Midden-Neolithicum) word de kans middelhoog geacht. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de kans laag geacht.<br> <br>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) bevestigen de ligging binnen een gebied van dekzandruggen, waarbij zich in de top van de dekzandafzettingen van nature een veldpodzolgrond heeft gevormd. Binnen het plangebied is deze over het algemeen intact aanwezig. Alleen bij een boring in het noordwestelijke deel van het plangebied is waarschijnlijk sprake van een lokale vergraving/verstoring, waar echter nog wel een intact restant van de overgangs-BC-horizont van de veldpodzolbodem aanwezig is. Het archeologisch potentiele niveau is dus nog intact aanwezig binnen het plangebied. Het opgeboorde materiaal heeft echter geen archeologische relevante indicatoren opgeleverd.</p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge en middelhoge verwachting gold op het aantreffen van archeologische resten van Jagers-Verzamelaars en respectievelijk Landbouwers, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. In géén van de boringen zijn archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Zutphen (Bureau Archeologie, de heer drs. M. Groothedde) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-30



