Rotterdam De Dukdalf, Persoonsstraat 1. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZRKIUO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stadsontwikkeling Rotterdam heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) op 11 april en 22 mei 2023 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied De Dukdalf, Persoonsstraat 1 in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn verspreid over het plangebied een handboring en twee mechanische boringen gezet, tot een maximale diepte van 8,0 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied een nieuw appartementencomplex wordt gerealiseerd. Op basis van beide onderzoeken kan antwoord gegeven worden op de vraag of archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, die bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het hele plangebied een zeer lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum tot aan het Laat Mesolithicum en de Bronstijd, een middelhoge dan wel redelijk hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het (Laat) Mesolithicum en Neolithicum en een redelijke hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen (tot 1373). Er worden geen vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf 1373) en Nieuwe tijd verwacht. De diepere ondergrond is tijdens het veldonderzoek niet nader onderzocht. De zeer lage verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum tot aan het Laat Mesolithicum blijft gehandhaafd. Binnen de geboorde diepte (maximaal 5,5 m - NAP) zijn in de boringen geen afzettingen van de Muidensche Vloedkreek waargenomen. De middelhoge dan wel redelijk hoge archeologisch verwachting wordt dan ook naar beneden, naar laag bijgesteld. In de Bronstijd vond veengroei plaats en waren de bewoningsmogelijkheden beperkt. In het hele plangebied is dit veen aanwezig. Deze verwachting blijft dus gehandhaafd. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de top van het aanwezige veen niet geschikt is geweest voor bewoning. Daarmee is de kans dat er in het plangebied sprake kan zijn van archeologische vindplaatsen uit de IJzertijd erg klein en dient de redelijke hoge archeologische verwachting naar zeer laag bijgesteld te worden. Oeverafzettingen van de Nieuwe Maas zijn tijdens het veldonderzoek niet herkend. Aangezien het aangetroffen veen niet geschikt is geweest voor bewoning, wordt de redelijke hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Romeinse tijd tot en met de Late Middeleeuwen (tot in de 12e eeuw) naar beneden, naar zeer laag bijgesteld. Tijdens het veldonderzoek is geen bouwvoor of loopvlak in de overstromingsafzettingen van de Formatie van Echteld waargenomen. Op de overstromingsafzettingen is een recent opgebracht pakket aanwezig. De verwachting dat er geen vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf 1373) en Nieuwe tijd aanwezig zijn, blijft gehandhaafd. Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied De Dukdalf, Persoonsstraat 1 in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
创建时间:
2024-01-31



