five

Weert, Kloosterstraat. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) met aanvullend onderzoek.

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-05-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZTU-SWYY
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het onderzochte deel van het plangebied Kloosterstraat in Weert kan in twee zones verdeeld worden. De zone waar de proefsleuven 1-3 gegraven werden (zone 1) is grotendeels verstoord bij nieuwbouwactiviteiten, bij de bouw en/of sloop van de bebouwing. Hier zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In de zone waar de proefsleuven 4 en 5 gegraven werden (zone 2) bleek het plaggendek nog intact te zijn. Onder het plaggendek zijn sporen aangetroffen uit de ijzertijd. Deze bevinden zich met name aan de noordzijde van de twee proefsleuven. Het gaat om een min of meer aaneengesloten cluster van kuilen. Daarnaast zijn twee sporen, een greppel en een kuil aan het licht gekomen die vermoedelijk uit de middeleeuwen dateren. In het noordoostelijk deel van het plangebied bleek de bodem tot diep in de C-horizont verstoord door recente graafwerkzaamheden. Deze houden vermoedelijk verband met bouwwerkzaamheden in de tweede helft van de 20ste eeuw op het terrein. Dit kan verklaren waarom er op dit deel van het terrein geen archeologische sporen zijn aangetroffen. Bij een aanvullend onderzoek is de kuilencluster uit de proefsleuven 4 en 5 nader onderzocht. Bij dit onderzoek zijn 36 kuilen aangetroffen die waren ingegraven in een kleine depressie. De begrenzing van de kuilencluster is aan de noordwestelijke zijde niet vastgesteld. Vermoedelijk loopt de depressie en daarmee mogelijk ook de kuilencluster door tot onder de Kloosterstraat. De afmeting van de kuilencluster zoals die nu is blootgelegd bedraagt circa 12 bij 20 meter. De sporen werden zichtbaar op een diepte van circa 1 m beneden maaiveld. Getuige het aardewerk aangetroffen in enkele van de kuilen moeten deze waarschijnlijk gedateerd worden in de tweede helft van de midden-ijzertijd of het begin van de late ijzertijd. De functie van de kuilen is onduidelijk. De geclusterde ligging van de kuilen in een depressie doet vermoeden dat zij met een specifiek doel zijn gegraven en vervolgens secundair gebruikt als afvalkuilen. Met name een klein aantal kuilen aan de noordwestzijde bevatten houtskool en (verbrand) aardewerk wat als afval beschouwd kan worden. het feit dat de kuilen in een lager gelegen deel van het landschap zijn gegraven doet vermoeden dat (grond)water een rol speelde bij hun functie. Een functie als waterkuil lijkt gezien hun aard, in vergelijking met waterkuilen elders, echter niet waarschijnlijk. Grondstofwinning zou één van de mogelijke verklaringen kunnen zijn voor het graven van de kuilen. De bodem lijkt echter niet lemig of zandig genoeg om winning van één van beide te kunnen veronderstellen. Omdat de kuilen in een depressie zijn gevonden zou de bodem in de depressie de reden kunnen zijn voor het graven van de kuilen, maar het is op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek in ieder geval niet duidelijk wat de grond in de depressie interessant zou hebben gemaakt. Kuilenclusters zijn van verschillende vindplaatsen bekend, onder andere uit Weert- Kampershoek18, Bakel-Neerakker19 en Berkel-Enschot20. Deze clusters lijken dan wel vele malen groter te zijn dan die uit Weert Kloosterstraat, maar de kuilen zijn qua omvang, diepte en vorm goed vergelijkbaar. De kuilen van deze vindplaatsen worden wel steeds gedateerd in de (late) middeleeuwen, daar waar de kuilen uit Weert-Kloosterstraat ontegenzeggelijk uit de ijzertijd dateren. Wat de kuilen uit de genoemde vindplaatsen wel gemeen hebben is dat hun functie discutabel is. Van de kuilen in Bakel en Berkel-Enschot wordt aangenomen dat zij gegraven zijn ten behoeve van de leemwinning, in het geval van Weert-Kampershoek worden ook andere functies als rootkuilen of waterwinning als mogelijkheid genoemd. Nergens echter staat de functie van de kuilen vast. Uit de waardering van de botanische monsters uit drie van de kuilen is gebleken dat de vindplaats zich bevond binnen of op geringe afstand van een akkercomplex. Tot de verbouwde gewassen behoorden emmertarwe en gerst. Uit de aanwezigheid van kafresten in redelijke hoeveelheden is af te leiden dat de gewassen verwerkt werden op niet al te grote afstand van de vindplaats. Dit wijst erop dat een nederzetting zich in de nabijheid heeft moeten bevinden. Ook de aanwezigheid van nederzettingsafval (aardewerk, houtskool) in enkele van de sporen wijst hier op. Sporen van een dergelijke nederzetting zijn echter niet aangetroffen. In de top van het plaggendek is een scherf Pingsdorf-aardewerk gevonden uit de periode 900-1225 en twee scherven grijs steengoed uit de periode 1300-1550. Gezien het ontbreken van sporen uit deze perioden lijkt het aannemelijk dat het hier gaat om met bemesting aangevoerd aardewerk hoewel het aardewerk geen duidelijke sporen van verwering vertoond.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2014-06-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务