Replication Data for: Transect-rapport 2899: Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende en karterende fase, Hooge Zwaluwe, Helkantsedijk 1, Gemeente Drimmelen
收藏DANS Data Station Archaeology2022-12-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/DOGKQ5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In het bureauonderzoek is voor het plangebied een hoge verwachting vastgesteld op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum B tot en met de Vroege IJzertijd en een lage verwachting voor de Midden-IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een dekzandrug waarop bewoning mogelijk is vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege IJzertijd. Gedurende de Midden IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is het plangebied waarschijnlijk ongeschikt geweest voor bewoning, doordat het plangebied overgroeid raakte met veen en te nat is geweest voor bewoning. Gedurende de Late Middeleeuwen is dit veen mogelijk verspoeld door de St. Elizabethsvloed, die mede is ontstaan door veenwinning en -ontginning vanaf de 13e eeuw. Het overspoelde veen wordt vanaf de 16e eeuw wordt opnieuw in gebruik genomen. Er zijn geen aanwijzingen voor bebouwing van het plangebied gedurende de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft op het aantreffen van archeologische resten uit alle periodes. Uit de boringen blijkt dat het plangebied waarschijnlijk op de flank van een dekzandrug gelegen is, waar in 2 van de 5 boringen vanaf een diepte van 90-95 cm -Mv (-0,9 tot -1,0 m NAP) nog sprake is van een intacte bodemopbouw. Uit karterende boringen, gericht op het opsporen van een vindplaats bestaand uit archeologische indicatoren uit het Laat-Paleolithicum B tot en met de IJzertijd blijkt echter dat in de top van het dekzand geen sprake is van archeologische indicatoren. Bovendien is uit drie van vijf boringen gebleken dat de bodemopbouw is tot in de C-horizont (80-130 cm -Mv; 0,9 tot -1,1 m NAP). Het is daarom ter plaatse van het plangebied onwaarschijnlijk dat sprake is van intacte archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum – Vroege IJzertijd. Op het dekzand is in alle boringen een verstoorde veenlaag aangetroffen. De verstoring van deze veenlaag is te herleiden naar veenwinning en -ontginning gedurende de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Daarom is voor het plangebied sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit alle periodes.
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-09-22



