five

Onderzoeksgebied Westhofweg 12 te Rilland, gemeente Reimerswaal; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-12-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XR7-7XWJ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van ForFarmers Nederland B.V. heeft RAAP in december 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkenn end booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Westhofweg 12 te Rilland in de gemeente Reimerswaal. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningaanvraag. In het plangebied is, naast enkele ingrepen in de groenvoorziening, de uitbreiding van een rundveestal en de nieuwbouw van een mestsilo voorzien. De uitbreiding van de stal krijgt een oppervlakte van circa 1.635 m2 en de silo een oppervlakte van circa 305 m2. Op basis van de huidige plannen wordt onder de rundveestal geen mestkelder aangelegd en zullen de funderingen van de stal en silo tot maximaal 0,5- 0,7 m –mv reiken.</p><p>Bureauonderzoek Het oppervlak uit de steentijd bevindt zich naar verwachting op meer dan 500-770 cm –mv. Er is onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van gradiëntzones. Er geldt dan ook een niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd. Voor hoger liggende getijdeafzettingen (kwelders; supra-getijdenafzettingen) van het Laagpakket van Wormer bestond in het geval van een goeddeels intact bodemprofiel en tekenen van bodemvorming (laklagen) een middelhoge archeologische verwachting voor het neolithicum. Voor afzettingen die in een sub- of intergetijdenmilieu zijn ontstaan bestond een lage archeologische verwachting. Voor veraarde trajecten Hollandveen, die een (lokaal) verbeterde afwatering illustreren, betond voor deze omgeving een middelhoge archeologische verwachting voor de periode neolithicum-laat Romeinse tijd. Voor afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bestond een middelhoge archeologische verwachting voor de middeleeuwen (specifiek de 10e tot 12e eeuw) in het geval van een goeddeels intact bodemprofiel en tekenen van bodemvorming (laklagen) of de aanwezigheid van humeuze, vondstrijke cultuurlagen. Het onderzoeksgebied lag op basis van de geraadpleegde informatie op enige afstand van bewoningskernen, die door zeeinbraken zijn verdronken. Op basis van het historisch kaartmateriaal bestond een lage archeologische verwachting voor de nieuwe tijd.</p><p>Verkennend booronderzoek De bodemopbouw in het onderzoeksgebied bestaat tot op geringe diepte (25-60 cm –mv) uit opgebrachte of verstoorde grond. Hieronder zijn getijde- en/of kwelderafzettingen aanwezig, die zijn gevormd in de periode dat het onderzoeksgebied buitendijks lag en deel was van het Verdronken Land van Zuid-Beveland (na 1530-1532). Vanaf 275-345 cm –mv is een humeus overstromingsdek aanwezig, dat waarschijnlijk grotendeels tijdens de dijkdoorbraken in de periode 1530-1532 is gevormd (en deels mogelijk eerder). Op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek blijkt dat in delen van het onderzoeksgebied (getijde)geulen actief waren, die voorafgaand aan deze latere overstromingen de oorspronkelijke top van het Hollandveen op zijn minst plaatselijk hebben geërodeerd. Onder het Hollandveen zijn wadafzettingen (Laagpakket van Wormer) aangetroffen. Op basis van deze bodemopbouw en met name de afwezigheid van kwelderafzettingen met een intact bodemprofiel, duidelijke vegetatie horizonten en cultuurlagen die kunnen worden gerelateerd aan de periode vóór 1530-1532, oudere vegetatiehorizonten en veraard veen bestaat voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor archeologische bewoningsresten uit het neolithicum en later. In het onderzoeksgebied kunnen gezien de landschappelijke ontwikkeling wel vondsten uit ‘natte contexten’ of verspoelde archeologische resten aanwezig zijn.</p><p>Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt de kans gering dat in het onderzoeksgebied archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen ontgravingen tot maximaal 50-70 cm – mv. Ook op dieper gelegen niveaus zijn tot de maximale boordiepte (600 cm –mv) geen lagen met een middelhoge-hoge archeologische verwachting aanwezig. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2021-12-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务