five

Biddinghuizen, Strandgaperweg, Gemeente Dronten (Fl.). Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O).

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-10-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSQ-MHEP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat er in het plangebied mogelijk archeologische resten uit de periode tot en met het neolithicum aanwezig zijn in de top van het dekzand. Door de geringe diepte van de top van het dekzand vormen de geplande verstoringsdieptes van de kabelsleuven van 0,7 meter onder het maaiveld en de heipalen van minimaal 1,3 meter onder het maaiveld, een potentiële bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische resten. Conform het beleid van de gemeente Dronten zijn in het plangebied 376 verkennende boringen geplaatst in een netwerk met telkens vijftig meter afstand tussen de boringen en veertig meter afstand tussen de boorraaien (uitgezonderd de vijvers en sloten in het plangebied). In een volgende karterende fase zijn 26 karterende gutsboringen gezet. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit een ooit bij de inrichting van de golfbaan vergraven pakket klei en/of zand op een pakket door zandlaagjes onderbroken klei. De top van het dekzand is overal in het plangebied geërodeerd. De diepte van de top van het dekzand ligt tussen enkele decimeters tot ongeveer anderhalve meter beneden het natuurlijke maaiveld. Nergens is in het dekzand een paleosole waargenomen. In ongeveer één op de drie boringen is de basis van de klei enigszins venig. Op het centrale en het oostelijke deel van het plangebied is op een reeks boorpunten een aanmerkelijk dikker pakket klei aanwezig waarvan de basis doorgaans venig is. In drie van deze boringen is bovendien veen aangetroffen. Het lijkt hier om een opgevulde geul te gaan. Karterend onderzoek waarbij twee dwarsdoorsneden van deze geul zijn onderzocht, laat zien dat deze geul onder dynamische omstandigheden is gevormd waarbij afwisselend tijdens een geulinbraak zand werd afgezet en vervolgens tijdens een rustiger periode veen werd gevormd. Het bestaan van deze geul in de periode waarin veen werd gevormd in het plangebied (het neolithicum) en de totale bedekking van het plangebied met veen in het midden-paleolithicum, maakt het aannemelijk dat de geul is gevormd in het vroeg-neolithicum en dat deze tot in het midden-neolithicum heeft gefunctioneerd. Selectieadvies (KNA 4.1 VS07) door drs. R. Exaltus, senior KNA-archeoloog Nergens zijn in het dekzand sporen van bodemvorming (podzol-horizonten) waargenomen waarin resten uit het mesolithicum en neolithicum bewaard kunnen zijn gebleven. Indien deze aanwezig zijn geweest, zullen deze door erosie verloren zijn gegaan. De top van het dekzand is immers overal in het plangebied geërodeerd. Evenals elders in het plangebied is ook in de vulling van de voormalige geul dermate weinig veen aangetroffen dat hierin nauwelijks kans bestaat op goed geconserveerde resten uit het neolithicum. Het dynamische milieu waarin de geul opgevuld is geraakt en de waarschijnlijk slechts incidentele aanwezigheid van water hierin, maakt dat deze niet erg geschikt zal zijn geweest voor menselijke activiteiten. De kans op de aanwezigheid van de neerslag van dergelijke activiteiten (in de vorm van archeologische resten) in en langs deze geul, is dan ook gering. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek geven derhalve geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn in het plangebied archeologische resten gevonden waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Wel moet worden opgemerkt dat in de Flevopolders altijd de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van (resten van) scheepswrakken. Voorafgaande aan de uitvoering van de graafwerkzaamheden moet een protocol worden opgesteld conform welke de uitvoerende aannemer dient te handelen bij het aantreffen van dergelijke vondsten.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2020-10-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务