Archeologisch vooronderzoek in het kader van de voorgenomen herinrichting van het Mgr. Bekkersplein te Haaren, gemeente Haaren
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2z9-vfx5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan het MGr. Bekkersplein te Haaren, gemeente Haaren. De opdrachtgever is betrokken bij de voorbereidingen voor de herinrichting van het Mgr. Bekkersplein in Haaren, gemeente Haaren (NB). Het dorpsplein en de groene ruimtes worden volledig opnieuw ingericht. Tegelijkertijd zal binnen het projectgebied de riolering worden vervangen. Omdat het project in de voorbereidende fase zit, zijn de exacte verstoringsoppervlakte en -dieptes nog onbekend.Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0), protocol 4002 Bureauonderzoek. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie is binnen BRL 4000 gecertificeerd voor alle werkprotocollen op het gebied van archeologisch (voor)onderzoek en het opstellen van Programma’s van Eisen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op basis van het landschap een hoge archeologische verwachting heeft vanwege de ligging op een hoger gelegen (en droger) gebied met dekzandruggen/dekzandwelvingen, direct grenzend aan een beekdal. Hierdoor lag het plangebied relatief hoog in het landschap, met geringe kans op overstromingen, maar had het tegelijk gemakkelijke toegang tot een waterbron. Later heeft hier plaggenbemesting plaatsgevonden (enkeerdgrond) waardoor eventuele archeologische waarden mogelijk goed beschermd zijn gebleven. De archeologische verwachting is daarom hoog voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd. Archeologische resten uit alle perioden aangetroffen in de directe omgeving van het plangebied bestendigen deze hoge verwachting. Archeologische resten worden verwacht in de eerdlaag (A-horizont) en in de top van het dekzand (oorspronkelijke C-horizont). In de top van het dekzand kunnen eventueel aanwezige archeologische resten daterend uit het Laat-Paleolithicum t/m de Vroege-Middeleeuwen verwacht in het begraven podzolprofiel. Eventueel aanwezige archeologische resten daterend uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht onderin het eerddek en de top van de het dekzand. Archeologische sporen kunnen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont.De kans bestaat dat de vondstenlaag is opgenomen onderin de eerdlaag; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen de eerdlaag en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. In het eerddek kunnen aardewerkfragmenten uit de IJzertijd en Romeinse tijd aanwezig zijn. Dit betreffen dus geen in situ archeologische resten, omdat deze van een andere locatie zijn meegevoerd ten tijde van het opbrengen van het eerddek (verstoorde context).Er is echter een grote kans dat de ondergrond in delen van het plangebied verstoord is geraakt door de aanleg en (en afbraak) van wegen en gebouwen binnen het dorp Haaren. De Kerkstraat en de Driehoeven zijn voormalige landwegen die een nieuwetijdse of mogelijk middeleeuwse oorsprong kennen. Bebouwing binnen het plangebied heeft plaatsgevonden sinds de jaren 60 van de 19e eeuw. Wel worden binnen het plangebied (ondergrondse) bouwhistorische waarden verwacht van de historische kerk die hier tussen de jaren 60 van de 19e eeuw en de jaren 30 van de 20e eeuw heeft gestaan. Daarnaast kunnen er resten van het om deze kerk gelegen kerkhof worden verwacht. Dit geldt met name voor het westelijke deel van het huidige plein (de huidige parkeerplaats) omdat hier, op basis van de historische kaarten, de minste verstoringen hebben plaatsgevonden. Dit kerkhof was waarschijnlijk in gebruik tot in de jaren 50 van de 20e eeuw. AdviesOp basis van de aardwetenschappelijke waarden en op basis van de aangetroffen archeologische resten in de directe omgeving heeft het plangebied een hoge archeologische waarde; deze hoge verwachting geldt vanaf het maaiveld. Archeologische resten worden verwacht in de eerdlaag (A-horizont) en in de top van het dekzand (oorspronkelijke C-horizont). Daarnaast kunnen er in de ondergrond bouwhistorische resten uit de 19e en 20e eeuw aanwezig zijn. Door sub-recente activiteiten kan de ondergrond in delen van het plangebied verstoord zijn geraakt.Gezien de geplande werkzaamheden adviseert Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie daarom (zie afbeelding 15):1. in de Kerkstraat (vanaf ruwweg nr 67 noordwaarts) en op de daarop aansluitende weg op het westelijke deel van het Mgr. Bekkersplein enkele proefsleuven (om de 50 m) diametraal op de weg aan te leggen afbeelding 15, paars omlijnd deelgebied). Deze profielsleuven dienen om te bepalen wat de bodemopbouw is op het tracé van de nieuwe riolering, en, specifiek in de Kerkstraat, om de bodemopbouw van de historische weg vast te leggen. Dit veldwerk kan direct voorafgaande aan de werkzaamheden worden uitgevoerd om de overlast tot een minimum te beperken. 2. in het westelijk deel van het Mgr. Bekkersplein enkele proefputjes aan te leggen om vast te stellen of er nog resten van het kerkhof in de ondergrond aanwezig zijn (afbeelding 15, groen omlijnd deelgebied), en om de ruimtelijk spreiding van dergelijke resten vast te stellen. Het is namelijk niet duidelijk of dit kerkhof geheel geruimd is, of dat er nog resten van graven aanwezig zijn. Eventuele resten binnen de geplande verstoringsdiepte dienen voorafgaande aan de herinrichtingswerkzaamheden te worden gedocumenteerd en op een correcte wijze te worden verwijderd en opgeslagen. Dit is van belang om te voorkomen dat tijdens de werkzaamheden vertraging optreedt door het moeten veiligstellen van menselijke resten. Dit veldwerk kan ruim voorafgaande aan de werkzaamheden worden uitgevoerd door de parkeerplaats af te sluiten. 3. een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uit te voeren op de overige locaties (afbeelding 15, rood omlijnd). Delen van de ondergrond van het Mgr. Bekkersplein zullen verstoord zijn geraakt door de bouw van de 19e -eeuwse kerk en de latere weg (twee varianten, achtereenvolgens aangelegd in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw) dwars over de locatie van de het huidige gemeentehuis en voorplein. Deze verstoring lijkt binnen het huidige plangebied (op basis van historisch kaartmateriaal) minder groot dan op de locatie van het gemeentehuis. Dit verkennend booronderzoek dient om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen en om vast te stellen in hoeverre de natuurlijke bodemopbouw verstoord is. Het booronderzoek is er specifiek op gericht om te bepalen of er nog een (deels) intacte eerdlaag en/of dekzandprofiel aanwezig is, en of de geplande werkzaamheden (aanpassing bestrating, tot 50 cm-mv) dieper reiken dan het reeds verstoorde niveau. Op basis van dit booronderzoek kan worden bepaald of er vervolgstappen in het kader van de AMZ-cyclus nodig is, en welke deze zullen zijn.Het verkennend booronderzoek kan worden uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) in een verkennend grid. Gezien de hoge verwachting van het plangebied en de mogelijk grote dichtheid aan sporen dient dit booronderzoek te worden uitgevoerd in een verdicht grid van 20 x 25 m, dat wil zeggen 20 boringen per hectare, of door middel van het zetten van een raai met boringen om de 20 m. Omdat de rood omlijnde gebieden tezamen ongeveer 0,65 hectare groot zijn, zal het hierbij gaan om ongeveer 13 boringen. Deze boringen dienen te worden gezet tot een diepte van 25 cm in de C-horizont.Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Haaren, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk om voorafgaande aan de werkzaamheden een werkprotocol toevalsvondsten op te stellen. De uitvoerder van het grondwerk wordt daarmee geïnstrueerd wat te doen bij dergelijke vondsten.
创建时间:
2024-01-31



