five

Plangebied Mercuriusweg 6-8 te Brummen, gemeente Brummen.

收藏
DataCite Commons2025-03-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/KAVFR5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Vink Barneveld Holding heeft RAAP in december 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Mercuriusweg 6-8 te Brummen in de gemeente Brummen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Het plangebied ligt waarschijnlijk op de overgangszone van een hogere stroomrug naar een lagere dekzandwelving. Het is onbekend of er in het plangebied nog een plaggendek aanwezig is, maar kunnen hierdoor nog contextloze vondsten uit de steentijd aanwezig zijn. Echter zal dit niveau bij de aanwezigheid van een eventueel plaggendek hierin zijn opgenomen. Potentiele archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) uit het neolithicum zijn waarschijnlijk (deels) afgetopt en vervolgens afgedekt door dit mogelijke oude bouwlanddek. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plangebied voornamelijk archeologische resten van bewoning en begraving verwacht uit de periode neolithicum tot en met de late middeleeuwen. In potentie kunnen op de overgang van de hogere stroomrug naar de lagere welvingen vindplaatsen van jager-verzamelaars worden verwacht. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Echter zal dit niveau bij de eventuele aanwezigheid van een plaggendek grotendeels hierin zijn opgenomen. Voor de nieuwe tijd worden enkel agrarische sporen verwacht. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de top van het bodemprofiel minstens 70 cm is opgehoogd met een zandpakket met puinfragmenten. Hieronder is sprake van een potentieel plaggendek, maar blijkt in de meeste boringen slechts 15 à 30 cm dik. Het plaggendek ligt op een eolisch (oud) dekzandreliëf, welke vervolgens op een sterk zandig kleipakket ligt. Aan de noord- en zuidoostzijde van het plangebied is vermoedelijk ook sprake van een restant van het plaggendek, maar kon niet door de opgebrachte zandpakket worden geboord. Op de locaties waar geen waarneming kon worden gedaan zal de geplande ingreep zeer minimaal zijn. De huidige verstoring vindt bovendien veelal plaats in het opgebrachte (verstoorde) niveau. Hoewel in het plangebied dus nog wel archeologisch relevante niveaus aanwezig kunnen zijn, zullen deze met de voorgenomen bodemingrepen niet of nauwelijks worden bedreigd. Met de huidige planvorming op poeren (tot ca. 40 cm -mv) zal het archeologisch relevante niveau namelijk in zeer beperkte mate of helemaal niet worden geraakt. Ook met de aanleg van de nieuwe riolering (VWA en HWA) aan de westzijde van het plangebied zal maar een beperkte verstoring plaatsvinden. Hoewel de precieze afgraafdiepte, locatie en breedte van de aanlegsleuf nog niet bekend zijn, zal bij de aanleg van de leiding in beperkte mate sprake zijn van een grootschalige verstoring. In de smalle sleuf kan waarschijnlijk vrijwel geen volledige, inhoudelijke waarneming worden gedaan. Om die reden wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Brummen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-05
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务