Inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen in de stadsgracht van Tiel
收藏DANS Data Station Archaeology2006-05-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XYJ-KCHA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Tiel heeft ACVU-HBS een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van grondboringen uitgevoerd in de stadsgracht van Tiel. De stadsgracht is een Rijksmonument (#35603). Dit onderzoek diende als voorbereiding op de aanstaande sanering van de waterbodem, die zal plaatsvinden door de sliblaag in de gracht uit te baggeren tot aan de ‘vaste ondergrond’. De diepte van de sliblaag wordt vooraf iedere 25 m gepeild. Het voornaamste doel van het onderzoek was het lokaliseren van de gaafste en archeologisch meest interessante stukken van de gracht. Vervolgens diende een selectievoorstel te worden gedaan over welke grachtsegmenten in aanmerking komen voor een archeologische begeleiding tijdens het zeven van het baggerslib. Een tweede doel bestond uit de documentatie van een viertal dwarsprofielen over de zuidelijke helft van de gracht.</p><p>Het resultaat van de 23 boringen is dat vastgesteld kon worden dat overal nog delen van de oude – waarschijnlijk middeleeuwse- grachtvulling bewaard zijn gebleven. In het midden van de gracht bevinden deze zich ten zuiden van de Burensepoort tussen 1,6 m en 2,8 m onder het wateroppervlak en ten noorden daarvan tussen 1,5 m en 2,5 m onder het wateroppervlak. Een dikke sliblaag ligt hier bovenop en dateert waarschijnlijk uit de 17de eeuw en later, maar dat is een aanname op basis van een historische bron en stoelt niet op een archeologische waarneming. Door het baggeren zal de sliblaag worden verwijderd. Bij het uitgraven van de onderkant van deze laag wordt een marge van 10 cm boven en 10 cm onder de laaggrens aangehouden waardoor de oude, onderliggende grachtvulling aangetast kan worden.</p><p>De aanbeveling uit het bovenstaande is om de baggerwerkzaamheden steekproefsgewijs intensief te laten begeleiden rekening houdend met een aantal aandachtsgebieden aangegeven door de ROB. De begeleiding kan gebeuren door 12 stroken van telkens circa 25 m lengte (2-3 werkdagen bij normale voortgang) te selecteren, waarvan een archeoloog het zeefresidu uit het baggerslib controleert op relevante vondsten. De locatie van de stroken worden gecombineerd met plaatsen waar mogelijke restanten van bruggen, muurresten of beschoeiingen zich bevinden. Wanneer gestuit wordt op dergelijke bouwconstructies (ook buiten de geselecteerde stroken) dan mag conform de richtlijnen van de ROB/RDMZ niet dieper gebaggerd worden. Indien onverwacht een aanzienlijke hoeveelheid ouder materiaal dan uit de 17de eeuw wordt aangetroffen kan in overleg met het Bevoegd Gezag worden besloten om aangrenzende delen van de gracht ook te begeleiden. Vooraf dienen duidelijke afspraken gemaakt te worden over de werkwijze van zowel de uitvoerder van de archeologische begeleiding als de uitvoerder van de baggerwerkzaamheden.</p>
提供机构:
ACVU-HBS
创建时间:
2006-05-01



