Opgraving -variant archeologische begeleiding- voor de aanleg van gasleidingen langs de Turfsingel en Schuitendiep te Groningen (gem. Groningen)
收藏DANS Data Station Archaeology2021-07-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZNM-B6RU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Antea Group 413425</p><p>In de periode 13-10-2017 tot en met 27-7-2018 zijn de werkzaamheden voor het vervangen van de gasleiding langs de oostzijde van de Turfsingel begeleid. De BRL 4000 werkzaamheden zijn daarbij conform protocol LS 4004 opgraven, protocol begeleiding uitgevoerd. Aanleiding voor de begeleiding waren de aanleg- en vervangingswerkzaamheden van gas- en waterleidingen. De vraagstelling was of er binnen het onderzoeksgebied één of meer vindplaatsen aanwezig waren, en zo ja, deze te documenteren? De begeleiding bestond over het algemeen uit een dagelijkse inspectie en beschikbaarheid op afroep. Een klein deel van het tracé is continue begeleid. Veldfase Tijdens de veldfase is conform het PvE de aanleg van de leidingensleuf begeleid waarbij, gezien de grootschalige verstoringen, de intensiteit op een gegeven moment is afgeschaald tot een inspectie. Dit is afgestemd met de bevoegde overheid. Het grootste deel van het tracé was door eerdere graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen tot beneden de uiteindelijke graafdiepte al verstoord. De archeologische waarnemingen zijn gedaan in minder verstoorde delen (randen, verleggingen.) Uit de resultaten volgt dat in alle gegraven werkputten (WP1 t/m WP9) het niveau van de onverstoorde ondergrond beneden de maximale graafdiepte (1,2 m -mv.) lag. Op enkele plaatsen is echter iets dieper gegraven en hier is ongeroerde klei in de ondergrond waargenomen. In vrijwel alle werkputten is onder de verharding en het cunetzand (tot 0,3 á 0,4 m -mv.) een laag steigeraarde vastgesteld. Op meerdere plaatsen is hieronder (vanaf 0,6 á 0,8 m -mv.) een sterk humeuze zandig/kleiige grondslag aanwezig. Dit betreft een in de loop der eeuwen gegroeide antropogene ophooglaag en niet het resultaat van een eenmalige stort. Er zijn meerdere subrecente muren en funderingen aangetroffen en overige sporen als een gedempte sloot en een restant van een gracht. In drie sporen is een relevante hoeveelheid vondstmateriaal aangetroffen die informatie geeft over spoordateringen. Interpretatie Aan de zuidzijde is onderin het profiel van het Schuitendiep (> 0,8 m -mv.) een venige laag aanwezig. Het betreft een uit afval ontstane stadslaag in het voormalige Schuitenschuivers- kwartier welke is gevormd tussen de veertiende en zeventiende eeuw met de nadruk op de zestiende eeuw. Dit komt goed overeen met de historische informatie. Een sloot aan de noordzijde van de Mussengang (WP8, S22, vnr 21) is, gezien de samenstelling van het vondstmateriaal, eind negentiende, begin twintigste eeuw gedempt, waarschijnlijk voor de aanleg van de woonwijk. Het vondstmateriaal uit de gracht rond het kruitkuis (S23; vnr 23 en 29) bestrijkt een bredere gebruiksperiode tussen begin het begin van de zeventiende eeuw tot en met de negentiende eeuw. Waarschijnlijk is ook deze watergang ergens eind negentiende, begin twintigste eeuw gedempt voor de aanleg van de bebouwing.</p>
创建时间:
2021-03-08



