five

Plangebied Bitswijk 10a in Uden, gemeente Uden; archeologisch bureauonderzoek.

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-02-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFF-NFHU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de landschappelijke situatie in combinatie met de vondsten die nabij het plangebied zijn aangetroffen, worden in het plangebied vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Deze vindplaatsen zijn echter erg verstoringsgevoelig en naar verwachting – door het intensieve gebruik van het terrein (o.a. meermaals bebouwd) – grotendeels verstoord.</p><p>Daarnaast worden door de relatief hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid en goede ontwatering ook vindplaatsen verwacht van landbouwers (Bronstijd – Late Middeleeuwen) en resten gerelateerd aan de historische kern van Bitswijk (Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd). Het betreft resten van bewoning, beakkering en begraving. Ter plekke van het erosiedal worden bovendien archeologische resten verwacht die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’. De verwachting is dat met name dieper ingegraven archeologische grondsporen en funderingsresten eventueel goed bewaard zijn gebleven. N.B. Ter plekke van de voormalige en huidige bebouwing is de verstoringsgraad van de bodem lastig in te schatten. Deze bebouwing zal wellicht een deel van het archeologisch bodemarchief verstoord hebben. Echter, zonder verder onderzoek, is de mate hiervan niet te bepalen. Dit betekent dat er voorlopig van uitgegaan wordt, dat eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk maar beperkt verstoord zijn (mogelijk alleen ter plekke van de (strook)funderingen). Aanbevelingen De resultaten van het onderzoek tonen aan dat in het plangebied archeologische resten worden verwacht, die bij de bestaande plannen verstoord kunnen worden. Gezien de aard van de geplande ingrepen wordt aanbevolen om de plannen zodanig aan te passen dat de (verwachte) archeologische resten in de bodem behouden kunnen blijven. Dit houdt in dat de graafwerkzaamheden zich dienen te beperken tot de reeds verstoorde bovengrond (circa 30 cm –Mv). Dit lijkt met name een reële optie bij de aanleg van de parkeerplaatsen. Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw zou de gewenste aanlegdiepte alsnog bereikt kunnen worden door het gebied van tevoren op te hogen. Indien (volledige) aanpassing van de plannen niet mogelijk is, en plaatselijk toch dieper dan 30 cm –Mv moet worden gegraven, wordt aanbevolen om op die locaties verder archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Vervolgonderzoek is daarbij alleen aan de orde indien – conform het gemeentelijke beleid – de vrijstellingsgrens van 50 m² wordt overschreden. Hiertoe worden uiteraard niet alleen de bouwwerkzaamheden gerekend, maar ook de andere grondwerkzaamheden (aanleg riool/infra, verhardingen, e.d.). Het vervolgonderzoek dient meer inzicht te geven in de aanwezigheid, aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van eventueel aanwezige archeologische resten. Dit onderzoek kan bestaan uit een waarderend proefsleuvenonderzoek, met eventuele doorstart naar een opgraving. Zowel een waardering, als een eventuele opgraving, dienen uitgevoerd te worden conform een vooraf goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tot slot De sloopwerkzaamheden zijn bij bovenstaand advies buiten beschouwing gelaten. Hoewel archeologische resten door de sloopwerkzaamheden verstoord kunnen worden, leert de ervaring, dat tijdens sloopwerkzaamheden vaak nauwelijks waarnemingsmogelijkheden zijn. Pas na afloop van de sloop is archeologisch onderzoek eventueel weer relevant. Uiteraard is het van belang dat bij de uitvoering van de sloopwerkzaamheden ervoor zorg wordt gedragen, dat de bodem – buiten de te verwijderen funderingen – zo min mogelijk wordt verstoord (omringende grond zo min mogelijk verstoren/afvoeren). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Uden deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS) ten alle tijden verplicht. Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de projectleider van dit project Mijke Peeters</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
创建时间:
2014-02-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务