five

(51037129) Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek gebiedsontwikkeling Bolnes-Zuid te Ridderkerk

收藏
DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HCLIP0
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting</p><p> Voor het gehele plangebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum. Dit hangt samen met de mogelijke aanwezigheid van rivierduinafzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen in de ondergrond. De verwachting geldt vooral voor het meest noordelijke/noordoostelijke deel van het plangebied, maar gezien het voorkomen van meer kopjes (rivierduinen) westelijk van het plangebied zijn meer opduikingen niet onwaarschijnlijk. Bovendien zijn ook de flanken van rivierduinen kansrijk. In het meest noordelijke/noordoostelijke deel van het plangebied is de top van het rivierduin aangetroffen tussen 150 en 420 cm ten opzichte van het maaiveld, bij BOOR-vindplaats 14-22 vanaf 541-562 cm -mv (= 6,82-7,03 m -NAP). Bij twee DINO boringen gezet binnen de agrarische percelen in het noordelijke deel van het plangebied, is rivierduinzand aangeboord op circa 8,2 m -mv (9,6 m -NAP) en 4,2 m -mv (4,8 m -NAP). Al met al was dit gebied, vanaf de Midden Steentijd en waarschijnlijk tot in het Neolithicum, een zeer gunstig gebied voor de jagers-verzamelaars uit die tijd die door dit duinlandschap navigeerden, op zoek naar droge plekken en voedsel. Binnen het noordoostelijke deel van het plangebied ligt een AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde. Binnen dit terrein liggen meerdere BOOR-vindplaatsen met aanwijzingen die duiden op mogelijk aanwezige sporen van bewoning uit het Mesolithicum/Neolithicum en van een laatmiddeleeuwse steenoven. Op waarschijnlijk hetzelfde rivierduincomplex heeft een opgraving circa 250/300 meter ten westen van de westelijke/noordwestelijke begrenzing van het plangebied daadwerkelijk geresulteerd in het aantreffen van bewoningsresten en sporen uit het Midden Neolithicum als het Midden Mesolithicum.</p><p> Het meest zuidoostelijke en mogelijk het zuidelijke deel van het plangebied heeft wellicht binnen de begrenzing dan wel direct nabij de Berkenwoude stroomgordel gelegen. Deze stroomgordel was actief tussen 7.580 en 6.335 BP, waarbij sedimentatie met klei vanaf ongeveer 7.200 BP moet zijn opgetreden (Mesolithicum). Bij een DINO boring direct nabij het meest zuidelijke deel van het plangebied is op een diepte van 11,2 tot 12,4 m -mv (12,7,13,9 -NAP) een pakket zand aangetroffen wat wellicht beddingzand betreft of wellicht deel uitmaakt van een crevassecomplex gerelateerd aan de Berkenwoude stroomgordel. Voor de top van de stroomgordelafzettingen geldt een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van sporen uit het Neolithicum. Duidelijk is wel dat eventueel aanwezige stroomgordelafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Berkenwoude stroomgordel, zich zullen bevinden op grotere diepte.</p><p> Boven de rivierduinafzettingen/stroomgordelafzettingen (waar aanwezig) dan wel boven de afzettingen gerelateerd aan Laatglaciale meandergordels/Vroegholocene meandergordels/hoofdstroom van de Maas, bevinden zich vermoedelijk perimariene afzettingen (tussenvorm van mariene afzettingen van het Laagpakket van Wormer (voorheen Formatie van Naaldwijk) en fluviatiele afzettingen van de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Gorkum)). Voor de top van deze afzettingen geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd. Perimariene afzettingen bevinden zich vanaf circa 3,5 m -mv/5,0 m -NAP dan wel dieper.</p><p> In de top van het veen van de Formatie van Nieuwkoop (voorheen Hollandveen) kunnen sporen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) aanwezig zijn. Deze worden verwacht op een diepte vanaf circa 1,2 m -mv/2,7 m -NAP. Door de latere overstromingen van de Riederwaard kan de top van het veen echter aangetast zijn. Aanwezigheid en een goede conservering van vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) zijn dan ook sterk afhankelijk van de mate van aantasting van het veen. Tot slot kunnen op of in de top van de overstromingsafzettingen dan wel perimariene afzettingen (tussenvorm van mariene afzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke)) en fluviatiele afzettingen (Formatie van Echteld (voorheen Formatie van Tiel)) vindplaatsen uit de Middeleeuwen (na de inpoldering in het tweede kwart van de 15e eeuw) en Nieuwe tijd aangetroffen worden. Deze worden verwacht aan het maaiveld/direct onder bouwvoor uit de periode van agrarisch gebruik (zal bij verschillende delen van het plangebied onder een modern opgebracht pakket liggen, op basis van het huidige functiegebruik). De kans hierop is echter klein, omdat historisch kaartmateriaal geen enkele aanwijzingen voor bewoning geeft.</p><p> Voor alle genoemde perioden gaat het om kleine kampementen/nederzettingsterreinen en om sporen van inrichting en het agrarische gebruik van het gebied. Echter, resten van een prehistorisch grafveld zijn niet helemaal uit te sluiten. De relatief kleine steentijdvindplaatsen kenmerken zich door de aanwezigheid van onder meer kuilen, vuursteen, natuursteen, aardewerk (vanaf het Neolithicum), as, houtskool en verbrand en onverbrand bot. De vindplaatsen vanaf de Bronstijd en later kenmerken zich door het voorkomen van onder meer aardewerk, houtskool, fosfaat, verbrand en onverbrand bot en een zogenaamde ‘vuile’ laag. Vanaf de latere perioden komen onder meer glas, metaal, fosfaat en mest, baksteen en dergelijk als vondstcategorieën voor. De aard en omvang van de vindplaatsen uit de jongere perioden kan sterk wisselen.</p><p> Conclusie en advies</p><p> Op basis van de landschappelijke/paleogeografische en historische ontwikkeling van het plangebied, als ook aangetroffen archeologische waarden nabij het plangebied, geldt een hoge tot middelhoge verwachting aan de aanwezigheid van archeologische waarden daterend uit de perioden Mesolithicum, Neolithicum, IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen (tot 1373-1375). </p><p> Ten behoeve van de geplande ontwikkeling zullen ontgravingsdieptes in Deelgebied 1 (zie bijlage 7) in het noordelijke deel van het plangebied reiken tot maximaal 2,3 m -NAP (tot circa 40 cm -mv). Daarmee wordt, bij deze ingreep, de vrijstellingsdiepte van 0,5 m -mv (50 cm -mv) niet overschreden en is het advies geen aanvullend/vervolgonderzoek te laten uitvoeren. </p><p> Een uitzondering betreft het binnen het noordoostelijke deel van het plangebied aangewezen AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde (AMK-terrein 10510), waar een vrijstellingsdiepte van 0 cm geldt. Hier wordt geadviseerd, indien hier de geplande bodemingreep ongewijzigd blijft (ontgraven tot circa 40 cm -mv), een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te laten voeren. </p><p> Ontgravingsdieptes in de Deelgebieden 2 en 3 (zie bijlage 7), in het midden en zuiden van het plangebied, reiken tot maximaal 2,3 en verder tot 2,0 m -NAP (tot circa 90 en maximaal 120 cm -mv). Deze ontgravingsdieptes reiken tot voorbij de vrijstellingsdiepte van 0,5 m -mv (50 cm -mv). Daarom wordt ook hier geadviseerd, indien hier de geplande bodemingreep ongewijzigd blijft (ontgraven tot circa 90 en maximaal 120 cm -mv), een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te laten voeren. </p><p> Voor het inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) dienen, verspreid binnen het bovengenoemde AMK-terrein en de Deelgebieden 2 en 3, boringen te worden gezet om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek kan het archeologisch verwachtingsmodel worden getoetst en aangevuld en dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. Een PvE-boren met bijbehorend boorplan (te zetten boringen binnen AMK-terrein en de Deelgebieden 2 en 3), is reeds door Archeologie Rotterdam (BOOR) opgesteld.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-05-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务