Archeologisch vooronderzoek in het kader van de reconstructie van de N715 Oosterringweg in de Noordoostpolder, gemeente Noordoostpolder
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2z5-79sg
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia archeologie en cultuurhistorie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met het project NJO Oosterringweg (N715). Aanleiding tot NJO Oosterringweg is de verwachting dat de rijbaan en fietspad in 2021 onder het gewenste kwaliteitsniveau daalt. De (hoofd)doelstelling is dan ook de rijbaan en fietspad, in combinatie een investeringsopgave voor de verkeersveiligheid, op het gewenste kwaliteitsniveau te brengen. Hiertoe zal (o.a.) de rijbaan worden verbreed. Gevolg hiervan is dat er lokaal binnen het plangebied watercompensatie van verhard oppervlak zal moeten worden gerealiseerd. Het tracé betreft de N715 bij Luttelgeest en Marknesse, over een lengte van ca. 6,5 km. Een groot deel van de werkzaamheden zal bestaan uit het vernieuwen/opbrengen van asfalt, wat geen of nauwelijks verstoring van de ondergrond betekent. Wel zullen er nieuwe verhardingsconstructies worden aangebracht, die de diepere ondergrond kunnen verstoren. Dit geldt ook voor eventuele watercompensatie van verhard oppervlak; de exacte locatie voor watercompensatie moet nog worden bepaald. Het definitieve ontwerp moet nog worden gerealiseerd. De contouren van het plangebied staan daarentegen wel vast.De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek is als volgt:Mesolithicum – Vroeg-NeolithicumIn het plangebied kunnen sporen van bewoning en gebiedsexploitatie voorkomen uit het Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum. Indien aanwezig bevinden deze sporen zich in de top van het dekzand op 4-6 m -NAP (op basis van de kaart diepteligging Pleistoceen zie kaart 2c), dat wil zeggen vanaf 0,5 m-mv (maaiveld op gemiddeld -3,5 m NAP naast de weg; ter hoogte van de weg is dit -2,7 m NAP). In het uiterste noorden van het plangebied ligt het pleistocene niveau op 2-4 m -NAP; hier kunnen steentijdresten (in theorie) vanaf het maaiveld worden aangetroffen, zoals ook in figuur 20 van het rapport bij de archeologische beleidskaart is weergegeven. De archeologische sporen en resten kunnen bestaan uit paalkuilen, haardkuilen, houtskoolconcentraties, (vuur)stenen werktuigen en productieafval en (evt.) aardewerk. De verwachting is voor deze resten in het plangebied is echter laag, zoals blijkt uit eerdere onderzoeken in deze omgeving (zie 3.4) en zoals uitgebreid bestudeerd in het rapport bij de archeologische beleidskaart. Daarnaast hebben erosie door de zee en verstoring door diepploegen het archeologisch potentieel in de omgeving van het plangebied grotendeels aangetast . Zoals de archeologische beleidskaart ook aangeeft is alleen in een klein deel in het zuiden van het plangebied de archeologische verwachting voor prehistorische resten laag-middelhoog (gebied beleidscategorie WA-7); hier hebben deze processen mogelijk minder impact gehad.MiddeleeuwenHet noordelijke deel van het plangebied was gedurende de 12e tot mogelijk 14e eeuw onderdeel van een ontgonnen veenlandschap. Er werd geleefd en gewoon op uitgestrekte “veeneilanden” . Mogelijk resten uit deze ontginningsfase betreffen clusters van sporen van de ontginning, landbewerking en bewoning. Vondsten kunnen bestaan uit baksteenfragmenten, dierlijk bot en aardewerk. De vondsten worden meest aangetroffen in een kleipakket, tot stand is gekomen voordat het onderzoeksgebied verdronk, gelegen op een dikke pakket basisveen. De diepteligging van eventuele vondsten en sporen is afhankelijk van de mate van diepploegen, de dikte van het Zuiderzee-afzettingen en mate van erosie door de zee. Op basis van de inventarisatie van Van Popta worden dergelijke resten binnen het plangebied niet verwacht. De kans op het aantreffen van sporen van middeleeuwse activiteit in het noordelijke deel van het plangebied is daarom klein; in de rest van het plangebied is het aantreffen van dergelijke sporen uitgesloten.ScheepswrakkenIn de bovenste lagen binnen het plangebied, de Zuiderzee-, Flevo- en Almere-afzettingen kunnen scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen. Hoewel altijd een kans bestaat om scheepswrakken of scheepsonderdelen aan te treffen is de archeologische verwachting hiervan voor wat betreft de planlocatie niet hoger dan elders in Flevoland. In de praktijk worden scheepswrakken of onderdelen van schepen voornamelijk bij toeval tijdens grondverzet gevonden omdat ze met de gebruikelijke archeologische opsporingstechnieken nog niet van te voren kostenefficiënt in kaart zijn te brengen. Op basis van een ruimtelijke analyse van bekende scheepswrakken is berekend dat de gemiddelde dichtheid van scheepswrakken in Flevoland 0,3/km² bedraagt. Het oppervlak van het nieuwe leidingtracé ligt in de grootteorde van ca. 0,2 km2. De kans op het aantreffen van scheepsresten binnen de te verstoren delen binnen het plangebied is daarmee klein, te meer daar de werkzaamheden grotendeels oppervlakkig (aanbrengen nieuwe verharding) zullen zijn.Advies De adviezen met betrekking tot de opgestelde archeologische verwachting luiden als volgt:Advies Mesolithicum – Vroeg-NeolithicumIn nagenoeg het hele plangebied is er, op basis van eerder onderzoek (onder andere verwoord in het bureauonderzoek bij de gemeentelijke verwachtings- en beleidskaart), een lage verwachting voor sporen van bewoning en gebiedsexploitatie uit het Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum. Dit vertaalt zich in beleidscategorie géén waarde, hetgeen betekent dat het plangebied wat betreft deze archeologische verwachting wordt vrijgegeven voor verder ontwikkeling. Alleen in een klein deel in het zuiden van het plangebied is de archeologische verwachting voor prehistorische resten laag-middelhoog (beleidscategorie WA-7); de omvang van de geplande werkzaamheden binnen deze beleidszone overschrijdt de vrijstellingsgrenzen voor WA-7 (10.000 m2) niet. De maximale omvang van geplande vergravingen binnen het gebied waarvoor beleidscategorie WA-7 geldt bedraagt 5000 m2 ; deze zijn ter plaats van het gebied met WA-7 bovendien vooral oppervlakkig: aanbrengen asfaltverharding, betonverharding of asfaltoverlaging.In conclusie: Er wordt voor de archeologische verwachting Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum geen vervolgonderzoek geadviseerd. Advies MiddeleeuwenVoor de periode Middeleeuwen is geen locatie met een hoge archeologische verwachting aanwezig binnen het plangebied. Er wordt daarom voor de archeologische verwachting Middeleeuwen geen vervolgonderzoek geadviseerd.Advies scheepswrakkenIn de bovenste lagen binnen het plangebied, de Zuiderzee-, Flevo- en Almere-afzettingen kunnen scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen. Gezien de zeer beperkte ingreep in het tracé wordt de kans klein geacht dat zich een scheepswrak in het tracé bevindt en/of zal worden aangetroffen. In conclusie: Geadviseerd wordt een Protocol Toevalsvondsten op te stellen zodat de uitvoerende partij weet wat te doen in het geval scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen.Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Noordoostpolder, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces.Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Noordoostpolder, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



