Eindrapportage archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P) (6278.007) Achter de Hoven 18 te Zelhem
收藏DANS Data Station Archaeology2021-07-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X58-9RZE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten en conclusie proefsleuvenonderzoek<br>Uit de profielkolommen genomen ter plaatse van de werkputten aangelegd in de westelijke helft van het plangebied, blijkt dat onder de 20 tot 30 cm dikke laag cunet-/stabilisatiezand een plaggendek voorkomt van circa 60 cm dik. De bovenste helft betreft de voormalige bouwvoor toen het merendeel van het plangebied nog een agrarisch gebruik kende. Onder het plaggendek komt een 20 tot 30 cm dikke laag van donkerbruingeel tot donderkgrijsgeel gekleurd, deels matig humeus humeus, matig siltig, zeer fijn zand voor. Vermoedelijk is dit een oudere akkerlaag die tevens sterk gebioturbeerd is (mollengangen). Hier is de van nature gevormde veldpodzolbodem in zijn geheel omgewerkt. Onder de oude akkerlaag bevindt zich namelijk direct de C-horizont, in de vorm van dekzandafzettingen. </p><p>Het profiel gedocumenteerd in de werkput aangelegd in het noordwestelijke deel van het plangebied laat dieper uitgevoerde recente bodemingrepen zien, tot in het plaggendek dat doormengd is met fijne resten/spikkels baksteen. Dit heeft waarschijnlijk plaatsgevonden tijdens de periode van het bestaan en bewoning van de woonboerderij die er dus tot in de jaren ’70 van de 20e eeuw heeft gestaan. Onder het omgewerkte plaggendek is nog wel een restant van een veldpodzolbodem aanwezig, vanaf een dun restant van de Abp-horizont, gevolgd door de Bhe- en vervolgens de BC-horizont. Vanwege bioturbatie (mollengangen) is ook dit natuurlijke bodemprofiel vrij vlekkerig. De mogelijke reden dat hier nog de van nature gevormde veldpodzolbodem nog zichtbaar is, is vanwege het feit dat het noordwestelijke deel van het plangebied een boerenerf is geweest en dus niet overal gelijkmatig diepe bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. Het centrale en zuidoostelijke deel van het plangebied is lang akkerland geweest, vermoedelijk ook in de periode voordat plaggenbemesting plaatsvond, waarbij het jongste vondstmateriaal aangetroffen in het plaggendek (tijdens de vlakaanleg) dateert uit rond halverwege de 20e eeuw.</p><p>Er komen recente verstoringen voor. Een recente grootschalige verstoring/vergraving in het noordwestelijke deel van het plangebied betreft de locatie waar tot in 1973 een woonboerderij heeft gestaan, maar dus in zijn geheel is verwijderd, ook de ondergrondse delen. Een tweetal gecoupeerde sporen bleken natuurlijk te zijn (waaronder een boomgat van een boom die naast de woonboerderij heeft gestaan). Enkele greppelvormige sporen in het zuidwestelijke deel van het plangebied betreffen waarschijnlijk plantbedden voor gewassenteelt binnen een akkerperceel of moestuin.</p><p>Alle vondstmateriaal is aangetroffen in het plaggendek, zowel uit de bovenste helft die tot aan 1973 fungeerde als bouwvoor, als uit de onderste helft van het plaggendek. Daarmee moet het gezien worden als alleen losse diffuus verspreide vondsten. Het vondstmateriaal bestaat uit verschillende soorten gebruiksaardewerk aangetroffen in de bovenste humeuze laag direct onder de bouwvoor. Het oudste materiaal betreft twee secundair gedeponeerde wandfragmenten grijsbakkend aardewerk uit de 14e of 15e eeuw. Het overige materiaal bestaat uit steengoed uit het Westerwald, industrieel steengoed uit Engeland en industrieel wit uit Maastricht te dateren tussen 1675 en 1960.</p><p>Archeologisch relevante sporen dan wel resten zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Geconcludeerd wordt dan ook dat binnen het onderzochte oppervlak geen sprake is van behoudenswaardige archeologische resten en/of sporen. </p><p>Advies<br>Het ontbreken van archeologische waarden in de proefsleuven leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats binnen het plangebied. Het selectieadvies is daarom dan ook om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Bronckhorst. </p><p>Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de gemeente Bronckhorst of de provincie Gelderland.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-06-25



