Plangebied Kloosterveen III
收藏DANS Data Station Archaeology2014-08-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2ZZ-VX5V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Gemeente Assen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2012 een waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor de vindplaatsen I en II in het westelijke uitbreidingsgebied van Assen (Kloosterveen III). Het inventariserend veldonderzoek (Krol & Van Hoof, 2010) heeft op deze locaties aanwijzingen opgeleverd voor archeologische vindplaatsen uit de Steentijd, die door de geplande nieuwbouw worden bedreigd. Het onderzoek dient om de aard, omvang, datering en kwaliteit (gaafheid en conservering) van de vindplaatsen te bepalen, met een minimum aan bodemingrepen. Op basis hiervan kan door de bevoegde overheid een goed gefundeerd selectiebesluit worden genomen over de behoudenswaardigheid van de betreffende locaties. </p><p>Het veldwerk is uitgevoerd van 5 t/m 23 maart 2012 in samenwerking met lokale amateurarcheologen. Vastgesteld is dat op beide vindplaatsen nog een (deels) intacte vondstlaag aanwezig is met daarin vuurstenen artefacten. Beide vindplaatsen zijn licht verstoord door drainagesleuven en (zandwin)kuilen.<br>Tijdens het onderzoek zijn 336 vuurstenen artefacten geborgen. Van vindplaats I zijn 186 exemplaren afkomstig en van vindplaats II 150 exemplaren. De typologische beschrijving van het vondstmateriaal laat geen gedetailleerde uitspraken toe over de datering, aard en functie van de vindplaatsen. Op typologische kenmerken wordt een deel van het vuursteen gedateerd in het Mesolithicum. Op basis van kleur- en/of glanspatina is het aannemelijk dat ook materiaal uit het Laat-Paleolithicum aanwezig is, met name voor vindplaats II.<br>Binnen vindplaats I zijn in totaal tien sporen geïnterpreteerd als haardkuil. Deze werden pas zichtbaar in de B- of C-horizont. De aangetroffen haardkuilen liggen alle op hoogst gelegen delen van de zandrug, waar de top van het dekzand verdwenen was. Waarschijnlijk zijn elders binnen vindplaats nog meer haardkuilen aanwezig. Twee haardkuilen zijn gedateerd door middel van een 14C-analyse. Beide dateren uit het Midden Mesolithicum. Vindplaats I wordt geïnterpreteerd als een nederzettingsterrein uit de Steentijd. De vondsverspreiding duidt op de aanwezigheid van kleine, tijdelijke kampementen, die ruimtelijk goed te onderscheiden zijn.<br>Vindplaats II ligt op een kleine dekzandkop direct ten westen van een dobbe. De bewoning zal hebben bestaan uit tijdelijke (jacht)kampen. Behalve vuurstenen artefacten zijn ook verbrande hazelnootdoppen gevonden, waarvan één is gedateerd in het Laat Mesolithicum. Archeologische grondsporen zijn niet waargenomen, maar deze worden wel verwacht. Het onderzoek van de naast gelegen dobbe V heeft aangetoond dat de organische vulling goed is geconserveerd. De opbouw ervan doet vermoeden dat deze gevormd is vanaf het Laat Pleistoceen tot in het Holoceen. Binnen de vulling is een niveau met houtskool waargenomen, die op basis van een 14C-datering uit het Midden Mesolithicum stamt. Aan de noordzijde van put 5 zijn sporen waargenomen die ver-moedelijk samenhangen met een voormalige scheepswerf uit de 19e tot 20e eeuw.</p><p>De eindconclusie is dat beide vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Ook de organische vulling van dobbe V is behoudenswaardig. Deze kan informatie opleveren over de vegetatie en het landschap door de tijd heen.</p><p>Op basis van het huidige onderzoek kan van vindplaats I geen duidelijke begrenzing worden gegeven. Aanbevolen wordt om de dekzandrug te ontzien. Indien dit niet mogelijk is, wordt een opgraving aanbevolen, die in eerste instantie dient om de vondstconcentraties en de begrenzing van de vindplaats in kaart te brengen. Omdat proefsleuf 4 niet aangelegd kon worden, blijft onduidelijk hoe ver de vindplaats zich naar het westen toe uitstrekt. In het perceel direct ten westen van de vindplaats dient nog inventariserend en eventueel waarderend onderzoek plaats te vinden voordat hierover uitspraken gedaan kunnen worden.<br>Binnen vindplaats II heeft de bewoning zich geconcentreerd op een zandkop en de flanken daarvan. Aanbevolen wordt om deze vindplaats te ontzien. Indien dit niet mogelijk is wordt aanbevolen om de vindplaats op te graven. De waarde van vindplaats II wordt verhoogd doordat deze aan de rand van een dobbe ligt met een organische vulling. Daarom wordt aanbevolen dobbe V te ontzien. Behalve door graafwerkzaamheden kan de organische vulling van dobbe V ook worden aangetast door verlaging van de grondwaterstand. Indien dobbe V niet kan worden behouden, wordt aanbevolen om een pollendiagram op te laten stellen van de vulling, aangevuld met enkele 14C-dateringen. Ook als de dobbe behouden blijft maar vindplaats II opgegraven wordt, is het wenselijk om een pollendiagram op te laten stellen.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
创建时间:
2014-05-21



