five

Bureauonderzoek Archeologie In het kader van natuurontwikkeling door DLG in de buurtschappen Kotten, Ratum, Huppel en het Woold, Gemeente Winterswijk

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-23p-raky
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van MUG ingenieursbureau uit Leek een bureauonderzoek uitgevoerd voor de geplande natuurontwikkeling door DLG in acht deelgebieden in Winterswijk Oost in de gemeente Winterswijk. De gebieden liggen in het buitengebied van Winterswijk aan de noordoost- oost en zuidoostzijde van de gemeente in de buurtschappen Kotten, Ratum, Huppel en het Woold. Voor alle gebieden geldt dat de bestaande functie van weide, bos of akkerland wordt gewijzigd in natuur, waarbij de bodem tot meer dan 30cm – Mv wordt beïnvloed. De gebieden variëren in grootte van 7.000 tot 187.000 m2 en zijn achtereenvolgens genummerd 5, 9, 13, 20, 31, 35, 42-noord, 42-zuid, 43 west (zie bijlage 1). De ontwikkeling bevindt zich in het stadium van de planvorming en de bestemmingswijziging. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in de plangebieden zouden kunnen bevinden. Er geldt voor alle gebieden een (deels) lage en/of (deels) middelmatige verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot aan de Nieuwe Tijd. Voor plangebied 13 bestaat een hoge verwachting op het voorkomen van resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd (oude Katerstede) en een middelmatige verwachtingswaarde voor beekdalgerelateerde vindplaatsen. Voor plangebied 31 is door het ADC op grond van booronderzoek in 2010 het advies gegeven om het plangebied vrij te geven zonder vervolgonderzoek. Dit advies is overgenomen door het bevoegd gezag met dien verstande dat het buiten het huidige plangebied gelegen, deelgebied 4, wel dient te worden onderzocht. Voor plangebied 31 behoeft geen archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Selectieadvies Hamaland Advies adviseert om de archeologische verwachting in alle gebieden met uitzondering van plangebied 31, te toetsen door middel van verkennend booronderzoek. In gebieden waar naar verwachting sprake is van een relatief intacte bodemopbouw of een hogere trefkans op archeologische vindplaatsen adviseren wij om de verkennende boringen meteen uit te voeren als een karterend booronderzoek (brede zoekoptie E1, 15 cm boor, boringen uitzeven, etc.). Dit om bij een (deels) intacte bodem direct op te kunnen schalen naar een karterend booronderzoek om de aan- of afwezigheid van vindplaatsen vast te kunnen stellen. Bij plangebieden groter dan 2 hectare adviseren wij om het boorgrid vooraf met behulp van een Total station uit te zetten. Voor kleinere plangebieden kan worden volstaan met het uitzetten van de boorpunten met een meetwiel en/of meetlinten. Bij plangebieden met een specifieke verwachting (landweer of beekdalbodem) dient de daarbij behorende onderzoeksstrategie te worden gehanteerd. In totaal dienen in de verkennende fase 286 boringen te worden gezet om de archeologische verwachting van elke plangebied te kunnen toetsen. Voor het toetsen van de aanwezigheid van restanten van landweren dienen in totaal 60 boringen (verdeeld over plangebied 5 en 20) te worden gezet. Selectiebesluit Op 9 april 2014 is het conceptrapport en het advies van Hamaland Advies beoordeeld door het bevoegd gezag (dhr. K. Meinderts van gemeente Winterswijk) en diens archeologisch adviseur, de regioarcheoloog van de ODA1. De beoordeling van het concept rapport geeft aanleiding tot het maken van (inhoudelijke) opmerkingen die in deze eindversie zijn verwerkt. Op basis van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek wordt in alle deelgebieden (m.u.v. deelgebied 31) een (vervolg)onderzoek geadviseerd met behulp van verkennende boringen. Met dit selectieadvies wordt ingestemd. Tijdens het booronderzoek is het aan de onderzoekers om te beoordelen of direct moet worden opgeschaald naar een karterend booronderzoek, zulks bij het aantreffen van indicatoren. Hierover dient tussentijds telefonisch te worden gevoerd met het bevoegd gezag. In deelgebieden met (restanten van) landweren zal het vervolg in combinatie met karterende proefsleuven moeten worden uitgevoerd. Tevens zal er meer aandacht moeten zijn voor het herstel, dan wel de het visualiseren van “lijnen” van deze zo kenmerkende cultuurhistorische relicten voor Winterswijk. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务