five

Aeres Milieu AM23506 Polderstraat 12 te Macharen ARCH IVO-P Rap v3.0 23-10-2025

收藏
DataCite Commons2026-01-13 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/DSY0S5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Op 12 maart 2024 is door Aeres Milieu een opgraving – variant archeologische begeleiding (DO) uitgevoerd aan de Polderstraat (ong.) te Macharen (gemeente Oss). De aanleiding voor het laten uitvoeren van deze opgraving – variant archeologische begeleiding (DO) betreft een aanvraag omgevingsvergunning. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Oss (2024) binnen beleidscategorie 3: ‘historische stads-/dorpskern, historische locatie’. Binnen het bestemmingsplan Polderstraat 12 - Macharen (2022) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie historische kern. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m² en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter -mv. Voor het plangebied wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, al dan niet in de vorm van proefsleuven en/of een opgraving – variant archeologische begeleiding. Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en het PvE is en opgraving – variant archeologische begeleiding (DO) uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is nog een grotendeels intact bodemprofiel aangetroffen bestaande uit een opgebracht humeus akkerdek op oeverafzettingen van de Maas, die op ca. 120 cm diepte komafzettingen afdekten. In één boring werden op 250 centimeter diepte restgeulafzettingen waargenomen onder de komafzettingen. Onder het opgebrachte humeuze akkerdek werden sporen aangetroffen die te verwachten zijn op een erf en waaruit het gros van het aardewerk te dateren is in de periode 1550-1850 (nieuwe tijd A en B). Het is dan ook aannemelijk dat de sporen, met name de twee kuilen, een boomgat, een dierengraf en een concentratie ongebluste kalk, uit deze periode dateren. Hiernaast werd een zestal sporen van recente aard met scherpe, hoekige aflijning aangetroffen, waaronder 3 nutsleidingen en 3 kuilen. Tussen de sporen is geen duidelijk verband herkend dat wijst op aanwezigheid van een constructie. De omvang / begrenzing van het desbetreffend erf kon op basis van het huidige onderzoek niet bepaald worden. De archeologisch relevante sporen zijn volledig onderzocht conform protocol 4004 (opgraven) In het tweede vlak werden twee bijkomende sporen waargenomen, met name een greppel en een (paal)kuil. Het verzamelde aardewerk uit deze sporen dateert uit de periode 1050-1550 (late middeleeuwen A). Deze sporen konden vanwege de hoge grondwaterstand niet volledig onderzocht worden conform protocol 4004, maar behoren mogelijk tot een tweede vindplaats.De aard en omvang van deze vindplaats is op basis van de beperkte opgegraven oppervlakte niet te bepalen. Potentieel behoren ze tot een laatmiddeleeuwse nederzetting of huisplaats. Daarnaast is ouder materiaal gevonden dat dateert van 450-900 (vroege middeleeuwen A tot en met D). Dit materiaal werd aangetroffen in de natuurlijke afzettingen en het afdekkende akkerdek vermengd met materiaal uit 1050-1550 en 1550-1850. Het materiaal kan hier met het vruchtbaar maken van het land (toemaakdek) aangevoerd zijn, zoals gesuggereerd wordt in het specialistisch onderzoek. Mede gezien het materiaal ook aangetroffen werd in de natuurlijke afzettingen en de datering van (een deel van) het materiaal min-of-meer aansluit bij het materiaal uit de sporen in het tweede vlak, is het ook mogelijk dat (delen van) het materiaal tot het nederzettingsafval van deze vindplaats behoren. Aanvoer door de rivier lijkt minder waarschijnlijk, gezien de aard en datering van de aangetroffen vondsten in het akkerdek en de onderliggende natuurlijke afzettingen op elkaar aansluit en de vondsten het meest talrijk aanwezig zijn in het akkerdek. Het voorkomen van aardewerk in de onderliggende natuurlijke afzettingen is wellicht eerder te wijten aan bioturbatie, hetgeen spoor 11 ook lijkt te bevestigen. De aangetroffen vindplaatsen zijn aangetroffen in oeverafzettingen van de Maas en wijzen op een ingebruikname van het terrein minstens vanaf de late middeleeuwen, waarbij er wellicht sprake was van een erf dat mogelijk behoorde tot een laatmiddeleeuwse nederzetting of huisplaats. Op een hoger niveau werden duidelijke sporen van een erf uit de nieuwe tijd aangetroffen dat plaatselijk verstoord werd door de recente aanleg van leidingen en kuilen en nadien afgedekt werd door een akkerlaag. Deze werd omgewoeld en (deels) afgegraven, wellicht in functie van het bouwrijp maken van het terrein.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-12
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务