five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koarte Ekers 2 te Joure, gemeente De Fryske Marren (FR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koarte Ekers 2 te Joure, gemeente De Fryske Marren (FR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2024-09-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XYQ-254E
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in februari 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Koarte Ekers 2 te Joure. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom nieuwbouw van woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Er is een middelhoge archeologische verwachting voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum). Verder is de archeologische verwachting laag voor de periode Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen vanwege de veengroei. De archeologische verwachting voor de Volle Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd is laag tot middelhoog omdat het plangebied lange tijd te nat was voor bewoning en op het vroegste historische kaartmateriaal de bewoning ver van het plangebied gelegen was. Het veen in de omgeving van het plangebied is waarschijnlijk in de 12e/13e eeuw ontgonnen. Na het dichtslibben van de Middenzee (ergens rond de 13e eeuw) werd de waterafvoer zeer gebrekkig en kreeg het gebied te maken met hoge waterstanden. Daarna was het plangebied (waarschijnlijk) alleen nog geschikt als hooiland.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>In vier van de zes boringen (boring 3 t/m 6) is onder een matig dikke bouwvoor een onverstoorde dekzandondergrond aangetroffen, waar bovenin afgetopte profielen van veldpodzolgronden zijn aangetroffen. Verder is een veenpakket-op-dekzand zonder bodemvorming, onder een pakket opgebrachte grond (boring 1) aangetroffen. Ook is er een tot in de C-horizont verstoorde bodemopbouw (boring 2) aangetroffen.<br>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Mogelijk een behoud in-situ mogelijk is op de nieuwe kavels waarop de woningen komen, maar waarschijnlijk niet waar een gemeenschappelijke siertuin met wadi’s is voorzien. Behoud in-situ behoort tot de mogelijkheden als de bodemingrepen boven het niveau van 0,13 m -NAP (0,18 m boven het huidige maaiveld tot 0,17 m onder het huidige maaiveld) beperkt blijven, uitgaande van een veiligheidsmarge van 20 cm. Het bouwrijp maken van het terrein is al midden Maart 2024 gepland. Het zou uit praktische overwegingen een idee kunnen zijn om een eventueel gravend vervolgonderzoek te concentreren in de toekomstige, gemeenschappelijke siertuin. Op die manier zou parallel aan het onderzoek het terrein bouwrijp kunnen worden gemaakt, zonder dat de planning in de war raakt.<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Verder dient volgens de richtlijnen van FAMKE een vervolgonderzoek uit een waarderend onderzoek te bestaan.<br>Dit advies is overgenomen door de gemeente De Fryske Marren, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2024-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务