Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Haverstraatpassage 25-27 en Klokkenplas 30 te Enschede
收藏DANS Data Station Archaeology2016-10-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSZ-D6XS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het bestaande pand zal worden uitgebreid in zuidwestelijke richting ter plaatse van het nu nog onbebouwde gedeelte, dat een oppervlakte heeft van ca. 110 m2. In het kader van dit plan is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd bestaande uit een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek.</p><p>Tot een diepte van 140 cm –mv zijn stadsophogingslagen aangetroffen, die gezien het recente vensterglas op grote diepte, zijn verstoord. Dit hangt mogelijk samen met de bouw van de achterzijde van het pand aan de Klokkenplas, die op grond van het uiterlijk in de eerste helft van de 20e eeuw wordt gedateerd, wat op grond van het bureauonderzoek al werd vermoed. Onder de stads-ophogingslagen is geen podzolbodem aangetroffen. Mogelijk is deze bodem verdwenen bij de middeleeuwse ontginning van het gebied of is zelfs nooit aanwezig geweest. De bodem bestaat hier uit een begraven Ahb-horizont die direct rust op het zand van de C-horizont. Dit zand betreft geen dekzand, maar fluvioperiglaciaal zand, waaronder keileem (grondmorene) is aangetroffen. Zoals uit eerder uitgevoerd onderzoek aan de Klokkenplas is gebleken (Spitzers 2010), komen de bebouwingsgrenzen overeen met de bebouwing zoals deze op de kadastrale minuut staan aangegeven. Als specifiek naar het historisch kaartmateriaal wordt gekeken dan is de kans op muurresten en vloerniveaus uit de Nieuwe tijd in de uitbreidingszone aan de zuidzijde relatief klein. Op basis van het kaartmateriaal wordt de resten/sporen van historische bebouwing namelijk in de noordelijke helft van het plangebied verwacht aan de Haverstraat(passage) ter plaatse van het huidige 19e eeuwse winkelpand. De rest van het plangebied was tot de uitbreiding van de bebouwing in vermoedelijk de eerste helft van de 20e eeuw in gebruik als tuin. Het kan niet worden uitgesloten dat in het nieuw te bebouwen gedeelte nog resten van waterputten en beerputten uit de Late middeleeuwen tot en met Nieuw tijd aanwezig zijn, zoals deze ook bij het eerder uitgevoerde onderzoek buiten de bebouwingsgrenzen zijn aangetroffen. Dit geldt ook voor sporen die ouder zijn dan de Late-Middeleeuwen, die op een dieper niveau zijn aangetroffen.</p><p>Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de oorspronkelijke podzolbodem mogelijk is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum kan daarom naar laag worden bijgesteld.</p><p>Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Het plangebied lijkt op grond van het veldonderzoek op redelijk goed gedraineerde grond te liggen, waardoor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen nog aanwezig kunnen zijn. Vandaar dat de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor deze perioden kan worden gehandhaafd. De lage verwachting uit het bureauonderzoek voor deze perioden is niet van toepassing voor het plangebied, omdat er geen sprake lijkt te zijn van een moeras. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor de perioden Late-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd voor het plangebied kan wat betreft bebouwingsresten op grond van de recent verstoorde stadsophogingslagen worden bijgesteld naar laag. Wel kunnen er incidenteel nog resten van beerputten en waterputten aanwezig zijn.</p><p>Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht indien de graafwerkzaamheden niet dieper reiken dan 140 cm –mv. De Regio Archeoloog Twente heeft de resultaten van het onderzoek namens de gemeente Enschede beoordeeld en kan instemmen met de conclusies. Het advies aan de gemeente is om verder geen onderzoek te laten uitvoeren en het onderzoeksgebied ten aanzien van het omgevingsaspect archeologie vrij te geven.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2016-08-02



