Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Kanaaldijk 1 te Utrecht, gemeente Utrecht
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zxk-emp2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Somerset Capital Partners, voor het plangebied gelegen aan de Kanaaldijk 1 te Utrecht, een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De ontwikkeling behelst de realisatie van parkeren op maaiveld en de bouw van een bovengrondse parkeergarage van vier verdiepingen. In het plangebied zal de bestaande bebouwing (een montagehal, draaierij, werkplaats, magazijn en kantoorunits) worden gesloopt en de aanwezige asfaltverharding worden verwijderd. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 8.500 m². De nieuwe bodemverstoring door de nieuwe bebouwing en de toekomstige inrichting van het gebied is nog niet precies bekend, maar de aanlegdieptes van de funderingen variëren tussen de 1,0 en 1,40 m-mv. De aanwezige bodemverstoringen door de bestaande bebouwing zijn op 19 mei 2020 onderzocht door het analyseren van dossiers met de op de locatie aanwezige bouwtekeningen van 1972 tot 2000. Het bouwdossierarchief van de gemeente Utrecht bevat 16 bouwdossiers voor het adres Kanaaldijk 1 in de periode 1955-1995.1 Deze dossiers kunnen echter ‘vanwege privacy of auteursrechten alleen worden bekeken in de studiezaal. Vanwege landelijke maatregelen tegen het coronavirus is de studiezaal helaas gesloten, waardoor het op dit moment niet mogelijk is de documenten te bestuderen.BureauonderzoekUit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de stroomgordel Oud-Aa (nummer 129) of er net buiten ligt. Deze stroomgordel was actief tussen 907 v. Chr. tot 73 jaar n.Chr. en kan archeologische resten bevatten van de Late Bronstijd tot de Midden Romeinse Tijd. Op deze stroomgordel zijn kalkloze of kalkhoudende poldervaaggronden afgezet welke als oever-/crevasseafzettingen en beddingafzettingen kunnen worden geclassificeerd aan de hand van de resultaten van het recent uitgevoerde milieukundige bodemonderzoek binnen het plangebied.Door de ligging van het plangebied op deze stroomgordel of in de bijbehorende crevasseafzettingen wordt verwacht dat er een hoge trefkans is op archeologische resten vanaf het moment dat de stroomgordel actief werd. De resten worden verwacht in de top van de oever- of crevasseafzettingen op een diepte vanaf 1,20 m-mv. Voor resten ouder dan de stroomgordel geldt een lage verwachting, aangezien de Oud-Aa stroomgordel deze resten geërodeerd kan hebben. Voor resten vanaf de Nieuwe Tijd geldt theoretische gezien een hoge verwachting op een diepte tot 1,00 m-mv. Uit het uitgevoerde bouwdossieronderzoek is echter gebleken dat de trefkans op vindplaatsen gering is door de aanwezige bodemverstoringen tot een diepte van minimaal 100 cm-mv.Veldonderzoek Uit de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied grotendeels diep verstoord is. Boring 1 tot en met 4 zijn voortijdig vastgelopen in puinlagen op dieptes variërend van 85 cm-mv (boring 4) tot 110 cm-mv (boring 2) en in boring 3 op een fundering van beton (185 cm-mv). Alleen boring 1 kon doorgezet worden tot 25 cm in de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Ter plaatse van boring 1 is onder een verharding met betonklinkers een grijsbruine ophogingslaag van grof zand met kiezels en puin aangetroffen. Vanaf 65 cm-mv tot 115 cm-mv is een subrecent opgebrachte laag van bruingrijze sterk gevlekte gerijpte klei met grof zand aangetroffen met gebroken puin en brokjes asfalt. Vanaf een diepte van 115 cm-mv tot 135 cm-mv bevindt zich een derde subrecente ophogingslaag van grijsbruin gevlekte roestige klei met puin en kiezels. Deze laag scherp over in een donkerbruingrijze gevlekte laag matig gerijpte klei met puinbrokjes. Mogelijk betreft dit de oorspronkelijke bouwvoor. Vanaf 165 cm-mv tot 230 cm-mv is een laag grijs fijn siltig zand aanwezig, welke als geulafzetting is geïnterpreteerd (C1-horizont). Deze gaat geleidelijk over in een pakket donkergrijze sterk zandige klei, welke als oeverafzetting is geïnterpreteerd (C2-horizont). De Chorizonten zijn kalkrijk, de subrecente ophogingslagen (Ap1 tot en met Ap4-horizont) zijn allen kalkloos. De aangetroffen geul en oeverafzettingen van de Oud Aa stroomgordel behoren tot de Formatie van Echteld.SelectieadviesWij zien op basis van de onderzoeksresultaten geen bezwaren tegen de voorgenomen bodemingrepen en adviseren om de ondergrond in het plangebied in ieder geval vrij te geven tot de maximale boordiepte van 255 cm-mv (- 0,64 m NAP). Over diepere bodemlagen kunnen vooralsnog geen uitspraken gedaan worden, omdat deze niet zijn onderzocht. Deze vielen ook buiten de doelstelling van het verkennend onderzoek. De diepere bodemlagen (dieper dan 255 cm-mv; -0,64 m NAP) worden mogelijk alleen bedreigd door de nieuwe paalfundering. Een palenplan was nog niet beschikbaar ten tijde van de uitvoering van dit onderzoek. Het rapport van het bureauonderzoek en het Plan van Aanpak zijn op 17 November 2020 beoordeeld door mw. R. Buitenhuis, gemeentelijk archeoloog van Utrecht. De opmerkingen zijn verwerkt in deze rapportage. SelectiebesluitHet conceptrapport van het veldonderzoek is op 5 januari 2021 getoetst door mw. R. Buitenhuis van gemeente Utrecht. Enkele opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage. Mevrouw Buitenhuis kan zich vinden in het selectieadvies van Hamaland. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Wél dient er nog een goede tekening van het plan te worden toegevoegd in het rapport. Deze tekeningen zijn op 4 februari 2021 aangeleverd door de opdrachtgever en aan deze definitieve rapportage toegevoegd.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de voorgeschreven procedures en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Archeologische Dienst Utrecht (mw. A. Bakker, dhr. H. Wynia of mw. R. Buitenhuis).
创建时间:
2024-01-31



