Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (4933.001) Beelelaan 4 te Voorst
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X4U-RA8V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Vanuit het bureauonderzoek is de verwachting hoog voor de perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Het plangebied ligt namelijk binnen een vrij geïsoleerde dekzandrug. Vrijwel direct ten oosten ligt de overgang naar de lager gelegen dekzandvlakten die tevens zijn omgewerkt dan wel afgevlakt door overstromingsklei van de Gelderse IJssel in de Vroege en Late Middeleeuwen (nadat de Gelderse IJssel ontstond rond het einde van de Romeinse tijd/overgang naar de Vroege Middeleeuwen (tussen circa 350 en 600 na Chr., Merovingische tijd). De hooggelegen dekzandruggen vormde de meest geschikte bewoningslocaties voor zowel Jagers-Verzamelaars (Laat Paleolithicum t/m Midden Neolithicum) als voor Landbouwers (vanaf het Laat-Neolithicum). Het plangebied behoort tot het historische erf/de historische buitenplaats De Beele, dat waarschijnlijk niet ouder is dan eind 16e eeuw. Historische bebouwing dat tot het historische erf heeft behoord, heeft echter buiten de uitbreidingslocaties gestaan, waardoor restanten van muurwerk/funderingen niet worden verwacht. Alleen voor de periode Nieuwe tijd wordt de trefkans dan ook laag geacht. </p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) bevestigen de ligging van het plangebied op een dekzandrug. De dekzandafzettingen lopen door tot een diepte van gemiddeld 280 cm -mv en hieronder komen vlechtende rivierterrasafzettingen voor. In de top van de dekzandafzettingen heeft zich waarschijnlijk van nature een bruine bosgrond/vorstvaaggrond gevormd, echter alleen bij de boringen 3 en 4 (noordwestelijk gelegen uitbreidingslocatie) is van dit bodemprofiel alleen een restant van een geelbruin gekleurde overgangs-1BC-horizont aangetroffen. Tevens kan niet achterhaald worden of er in de tijd van het agrarisch gebruik van het plangebied, als het overige deel van het woon-/zorgcomplex, plaggenbemesting heeft plaatsgevonden. </p><p>Antropogeen materiaal is alleen plaatselijk aangetroffen in het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw en bestaat uit alleen resten recent beton- en baksteenpuin, modern glas en plastic. Deze resten zijn vanuit archeologisch oogpunt niet relevant. Onder het verstoringsniveau zijn in géén van de boringen archeologische resten aangetroffen. De resultaten stem¬men daarmee niet overeen met de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.</p><p>Conclusie<br>Vanwege de over het algemeen diep verstoorde bodemopbouw kan worden geconcludeerd dat archeologische resten en sporen niet meer binnen het plangebied verwacht en zijn ook niet aangetroffen. Indien deze aanwezig zijn geweest, dan zijn deze vergraven waarschijnlijk tijdens de sloop van de voormalige bebouwing dan wel de bouw van de huidige wooneenheden. Er zijn dan ook geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen.</p><p>De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het booronderzoek bevestigd voor wat betreft de landschappelijke ligging/paleogeografische ontwikkeling van het plangebied, echter niet voor wat betreft de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische indicatoren daterend vanaf het Laat-Paleolithicum. De hoge archeologische verwachting voor archeologische indicatoren daterend vanaf het Laat-Paleolithicum kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond van de diep verstoorde bodemopbouw (zeker binnen de uitbreidingslocaties in het noord-oostelijke deel van het plangebied) en het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van ar-cheologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Voorst (mevrouw M. Schneiders) en diens adviseur (mevrouw drs. N.F.H.H. Vossen, regioarcheoloog Stedendriehoek) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-30



