Plangebied Wanroijseweg te Mill, gemeente Mill en Sint-Hubert. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en IVO (karterende fase)
收藏DANS Data Station Archaeology2007-07-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X45-MWTN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Witteveen+Bos heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 17 juli 2007 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase) uitgevoerd in plangebied Wanroijseweg te Mill in de gemeente Mill en Sint-Hubert (provincie Noord-Brabant). Het onderzoek diende te worden uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van een zoge- naamde opjager. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Doel van het veldonderzoek was het toetsen van die archeologische verwachting en, indien mogelijk, een eerste indruk geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van eventueel aangetroffen archeologische resten. Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied bij aanvang van het veldonderzoek een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars vanwege de ligging in een gradiëntzone (overgang Peelhorst naar rivierenlandschap). Voor vindplaatsen van landbouwers gold een lage archeologische verwachting: de grofzandige en grindrijke ondergrond (afzet- tingen van de Maas) in het plangebied was niet aantrekkelijk voor landbouw. Tijdens het veldwerk is vastgesteld dat de bodem is afgetopt tot in de C-horizont. De verstoring in het plangebied is waarschijnlijk deels te wijten aan landbouwac- tiviteiten. Tot het einde van de 19e eeuw was het plangebied in gebruik als heide en weiland. De oorspronkelijke bodem (holt- en haarpodzolgronden) is enerzijds door machinale bewerking sterk verstoord. Anderzijds is in het westelijke deel van het plangebied sprake van afgraving en opvulling met grover bouwzand, waar- schijnlijk ten behoeve van de bouw en sloop van het kantoorgebouw van de ruil- verkaveling en mogelijk ook in het kader van de aanleg van gaspijpen vanaf het gebouw van de Gasunie net ten westen van het plangebied. In het noordelijke deel was de parkeerplaats van het kantoorgebouw ingericht; deze is verdwenen ten behoeve van de aanleg van de paardenloopbak. In de boringen zijn geen Archeologische indicatoren aangetroffen. Vanwege de verstoorde bodem en de afwezigheid van archeologische indicatoren wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek kan contact opgenomen worden met de provinciaal archeoloog van Noord-Brabant (dr. M. Meffert).</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-07-18



