five

Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Molenstraat 31-35 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen) AM23194

收藏
DataCite Commons2026-02-16 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/KHAGV7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op 22 mei 2023 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Molenstraat 31-35 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen).</p><p> De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van 12 seniorenwoningen. De huidige woningen Molenstraat 31 en 35 blijven behouden. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan.</p><p> De bevoegde overheid, de gemeente Gilze en Rijen, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over Archeologische Verwachtingskaarten. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen in de zone Categorie 3 (Gebied van archeologische waarde). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld.</p><p> Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Ook heeft de gemeente archeologische verwachtingskaarten opgesteld voor de aanwezigheid van jager-verzamelaars vindplaatsen alsook voor boerennederzettingen.</p><p> De hooggelegen dekzandruggen en dekzandwelvingen in de directe nabijheid van waterlopen, zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. Het plangebied bevindt zich dichtbij een dergelijke locatie op een dekzandplateau. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum.</p><p> De ligging van het plangebied op de overgang van een relatief hoog gelegen deel van een dekzandplateau zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Men zal zich echter voornamelijk op de hooggelegen delen dekzandruggen en de hoge delen van de dekzandwelvingen hebben gevestigd, zoals die aanwezig zijn ten zuiden van het plangebied. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.</p><p> Het plangebied ligt aan de Molenstraat. Deze straat, destijds de Rielsche Baan, vormde een uitvalsweg vanuit de historische dorpskern van Gilze naar het dorp Riel. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 bebouwd was en in gebruik was voor woningen, schuren, tuinen en bouwland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.</p><p> Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.</p><p> Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge zwarte enkeerdgronden in het plangebied niet (meer) aanwezig zijn. De bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. Er zijn geen sporen aangetroffen van een oorspronkelijke podzolbodem. Dit is mogelijk het gevolg van de ontginning van het gebied door opname in het bovenliggend dek door ploegen van de akker of door eeuwenlang intensief gebruik van de erven en/of door bebouwing. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laatpaleolithicum – mesolithicum) bijgesteld naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden en blijft de hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd gehandhaafd.</p><p> De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen oudere sporen uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen op circa 40 centimeter onder maaiveld verwacht worden. Archeologische resten vanaf de late middeleeuwen kunnen vanaf het maaiveld of direct onder de bouwvoor zichtbaar worden. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.</p><p> Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen), die instemt met het advies.1 Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.</p><p> Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs verloopt, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan, is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.</p><p> 1 Advies Selectiebesluit van de gemeente Gilze en Rijen, d.d. 13 juli 2023.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务