Plangebied Hollands Duin in Noordwijk, gemeente Noordwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zre-a659
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Staatsbosbeheer heeft RAAP een bureauonderzoek uitgevoerd in Plangebied Hollands Duin, gemeente Noordwijk. Het plangebied bestaat uit vier delen: één noordelijk, twee zuidelijk – die in deze rapportage als één deel worden behandeld – en één in het midden. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de (te verwachten) fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bu reauonderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Het hierop volgende inventariserende veldonderzoek is ook in deze rapportage opgenomen. Het plangebied ligt in een landschap van Jonge Duinen die een ouder landschap van Oude Dui nen afdekt. De archeologische verwachting voor de Jonge Duinen is laag, maar die voor de Ou de Duinen is hoog voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. De vraag in hoeverre eventueel aanwezige archeologische resten kunnen worden aangetroffen in het kader van de geplande werkzaamheden is afhankelijk van de huidige maaiveldhoogte in rela tie tot de hoogteligging van het landschap van Oude Duinen. Hiertoe is op basis van bekende hoogtegegevens een verwachtingsmodel opgesteld, waarbij afhankelijk van de geplande diepte van de ingreep wordt aangegeven bij welke ingreep er een risico bestaat op het ‘raken’ van ar cheologische resten. Uit deze vergelijking blijkt dat in het noordelijke en middelste plangebied het relevante archeologische niveau niet geraakt wordt door de geplande ingrepen. In beide delen van het zuidelijke plangebied liggen enkele plekken waar dit wél het geval is en waar ook ingrepen gepland zijn. In het noordelijke plangebied kunnen sporen worden verwacht van Duitse loopgraven en stellingen uit de Tweede Wereldoorlog. Sporen van de stellingen aan de zeezijde zijn afgedekt door naoorlogse kustversterking, maar kunnen mogelijk nog aanwezig zijn op een dieper niveau. Sporen van de stellingen aan de landzijde van het duinen lijken nog (deels) aanwezig te zijn. In loopgraven kunnen resten worden verwacht van de constructie en van achtergelaten en/of gedumpte uitrustingstukken en (toebehoren van) wapens- en munitie. In uitzonderlijke gevallen kunnen zelfs resten van houten constructie-elementen bewaard zijn gebleven. Eventuele metaalvondsten zijn waarschijnlijk in slechte staat. Aanbevolen wordt om in beide delen van het zuidelijke plangebied verkennend vervolgonderzoek uit te laten voeren met behulp van boringen. Doel van dit onderzoek is beoordelen of zich in het bodemprofiel aanwijzingen bevinden voor niveaus die in het verleden bewoonbaar zijn geweest. Voor het noordelijke plangebied wordt aanbevolen een visuele inspectie uit te laten voeren naar zichtbare resten van Widerstandsnest 53H en het noordelijk deel van Stützpunkt XXXIa H van de Atlantikwall uit de tweede Wereldoorlog. De gemeente Noordwijk heeft het in het bureauonderzoek geformuleerde advies overgenomen.1 Veldonderzoek zuidelijk plangebied Bovenstaand advies is overgenomen door de bevoegde overheid (gemeente Noordwijk). Aanslui tend is zoals voorgesteld een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd in het zuidelijke plangebied. Verspreid over de verschillende deelgebieden zijn 36 boringen geplaatst. Het gehele plangebied ligt in het duingebied dat hier bestaat uit zwak siltig, zeer fijn zand. Het zand is kalkrijk en bevat schelpengruis en schelpfragmentjes. In enkele gevallen is het zand iets grover en slechter gesor teerd. Hier is mogelijk oud duin- of strandzand aangetroffen. Slechts in 3 boringen zijn archeolo gisch relevante lagen aangetroffen, waargenomen als een humeuze laag: Deelge bied Vegetatiehorizont in boring Dikte in cm Meters -Mv Meters +NAP 4 36 8 0,9 4,9 10 26 12 1,1 2,9 14 35 10 1,3 3,7 Op basis van het bureauonderzoek bestond een hoge archeologische verwachting voor vind plaatsen (archeologische resten) uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd. Deze hoge verwach ting is gebaseerd op de aanwezigheid van strandwallen met duinen in de ondergrond van het plangebied. De archeologische verwachting voor alle perioden kan worden bijgesteld naar laag met uitzonde ring van de locaties rondom boring 26, 35 en 36. Vanwege de aangetroffen vegetatieniveaus in deze boringen geldt er vanaf die diepte een hoge archeologische verwachting. Omdat de geplande ingrepen een maximale diepte hebben van 0,75 m -Mv worden de relevante niveaus naar verwachting niet verstoord. Bij eventuele toekomstige, diepere bodemingrepen moet opnieuw beoordeeld worden of de ondergrond voldoende in kaart is gebracht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied zeer waarschijn lijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgeno men bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Bovenstaand schrijven geeft (selectie)adviezen naar aanleiding van het veldonderzoek. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Noordwijk, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
创建时间:
2024-01-31



