Plangebied Woonzorgcentrum Het Grotenhuis te Twello, gemeente Voorst
收藏DANS Data Station Archaeology2008-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2AY-ZMZV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In april/mei 2009 is in opdracht van Woonzorg Nederland door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd op de locatie van het Woonzorgcentrum Het Grotenhuis te Twello in de gemeente Voorst (Gelderland). De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de herontwikkeling van Zorgcentrum Het Grotenhuis aan de Binnenweg 2 in Twello. Onderdeel van deze plannen is ondermeer het bouwen van een 60-tal appartementen. Voor de realisatie van de herinrichting is een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk. In het kader van de procedure (ex artikel 19 lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; WRO) dienen ook de eventuele archeologische waarden in het gebied te worden onderzocht. Een archeologisch onderzoek dat in het kader van ruimtelijke onderbouwing plaatsvindt, past als onderzoeksstrategie binnen de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Deze procedure wordt toegelicht in bijlage 2. Doel van het onderhavige onderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en het formuleren van aanbevelingen voor de wijze waarop met eventueel aanwezige archeologische waarden dient te worden omgegaan. Het gespecificeerde verwachtingsmodel is vervolgens getoetst door middel van een booronderzoek. Op basis van de bureaustudie luidde de verwachting dat zich binnen het plangebied mogelijk archeologische waarden zouden kunnen bevinden uit de periode vanaf het Paleolithicum. Hiernaast werd er rekening mee gehouden dat het bodemprofiel binnen het plangebied (deels) zou zijn verstoord, en er sprake zou zijn van een dekzandrug met plaggendek. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat de bodem binnen het plangebied tot in de natuurlijke ondergrond is verstoord. De verstoring blijkt ernstiger te zijn dan gedacht. Deze bodemverstoring zal zeker grotendeels te danken zijn aan de bouwwerkzaamheden in de jaren 50 van de 20e eeuw. Hoewel hier de kans op de aanwezigheid van nederzettingssporen hoog werd ingeschat, kan door de aangetroffen bodemverstoring de kans op de aanwezigheid van archeologische resten en/of sporen laag worden ingeschat. Bovendien werden hier ook geen archeologische waarden aangetroffen. Het veldonderzoek heeft wel kunnen bevestigen dat er binnen het plangebied sprake is (was) van een dekzandrug met plaggendek. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de verwachtingen voor wat betreft de geo(morfo)logie overeenstemmen met de resultaten van het onderhavige (veld)onderzoek. Voor wat betreft de verwachting dat zich binnen het onderzochte deel van het plangebied (intacte) archeologische waarden zouden (kunnen) bevinden kan gesteld worden dat het veldonderzoek heeft aangetoond dat de kans hierop klein is. Advies voor vervolgonderzoek Het veldonderzoek heeft aangetoond de kans op de aanwezigheid van (intacte) archeologische waarden binnen het plangebied laag kan worden ingeschat, en wel om de onderstaande redenen: 1. Het bodemprofiel is (ernstig) verstoord; 2. De oorspronkelijk aanwezige bodemhorizonten (alsmede de top van de C-horizont) zijn in het plaggendek opgenomen; 3. en zijn er geen archeologische waarden aangetroffen; 4. Het plangebied is grotendeels bebouwd; hier is het bodemprofiel (vermoedelijk) nog ernstiger verstoord; 5. Enkele gebieden grenzend aan of in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht waarbij geen (waardevolle) archeologische waarden werden aangetroffen; Gezien het bovenstaande is er ons insziens geen reden om nader archeologisch onderzoek uit te (laten) voeren. Aanbevolen wordt dan ook het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. De implementatie van de bovenstaande aanbeveling is afhankelijk van het oordeel van het bevoegd gezag, in deze de gemeente Voorst. Selectieadvies Voor het gehele plangebied wordt aanbevolen geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren, beide gebieden een lage verwachtingswaarde toe te kenen en voor wat betreft archeologie vrij te geven. Altijd bestaat de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel van het plangebied toch (losse) sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Indien dergelijke sporen of resten worden aangetroffen, bestaat de wettelijke verplichting hiervan zo spoedig mogelijk melding te maken (Monumentenwet 1988, artikel 53). Dat kan bij de gemeente Voorst en/of de provinciaal archeoloog van Gelderland. Zowel het bureauonderzoek als het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 3.1.</p>
提供机构:
Oranjewoud BV
创建时间:
2009-01-01



