Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nije Dijk 3 te Annen, gemeente Aa en Hunze (DR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nije Dijk 3 te Annen, gemeente Aa en Hunze (DR)
收藏DataCite Commons2026-01-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/1UV8CJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in maart 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Nije Dijk 3 te Annen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige opstallen ten gunste van nieuwbouw.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Het plangebied ligt in het oerstroomdal van de Hunze. Tussen 5500 ? 3850 voor Chr.<br>(Laat-Mesolithicum ? Midden-Neolithicum) raakte het gebied overdekt met veen. Dit veen kon zich handhaven tot ruwweg de veenontginningen in de 17e eeuw. In de tussenliggende periode was geen bewoning mogelijk. Geomorfologisch ligt het plangebied in een beekdalbodem. De zandondergrond ligt hier iets hoger dan in het aangrenzende noordelijke gebied. Bodemkundig is sprake van gooreerdgronden. In de omgeving komen enkele vennetjes of depressies voor, alsmede enkele dekzandruggen. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen bekende archeologische resten geregistreerd. In historische tijden is het tot 1978 aldoor onbebouwd gebleven.<br>Op basis van de iets hogere ligging van de dekzandtop in het plangebied ten opzichte van het aangrenzende noordelijke gebied was het gebied mogelijk interessant voor jagers/verzamelaars (Laat-Paleolithicum ? Vroeg-Neolithicum). Daarbij moet worden opgemerkt dat in de omgeving diverse vennetjes met dekzandopduikingen voorkomen, alsmede het rivierdal van de Hunze. Zowel dekzandkopjes in dit rivierdal als nabij de vennetjes waren waarschijnlijk een meer geschikte locatie voor de tijdelijke jachtkampjes uit die periode. Voor wat betreft de periode Laat-Paleolithicum ? Vroeg Neolithicum kan daarom worden uitgegaan van een middelhoge verwachting.<br>Resten uit latere perioden tot circa 1600 worden niet verwacht. Het toenmalige veenpakket maakte het terrein ongeschikt voor bewoning. In de 17e eeuw kwam turfwinning in het gebied op gang. Vanaf dat moment zijn sporen van ontginningen (verkavelingsslootjes, spitsporen en dergelijke) te verwachten. Dergelijke resten zijn vanuit archeologisch standpunt weinig interessant en zeker niet zeldzaam. Resten van bewoning zijn tot 1978 niet te verwachten. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan daarom een lage verwachting worden gehanteerd.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. Archeologisch relevante lagen en/of indicatoren zijn niet aangetroffen. De 3 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nije Dijk 3 te Annen, gemeente Aa en Hunze, Drenthe kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht.<br>Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Aa en Hunze. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Stichting Libau.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-06



