Proefsleuvenonderzoek Lieren Lierdererf (tegenover nummer 2) Proefsleuvenonderzoek aan de Lierdererf (tegenover nummer 2) te Lieren in de gemeente Gemeente Apeldoorn
收藏DataCite Commons2025-10-21 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VP53CW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van QaMP Projectontwikkeling B.V. een proefsleuvenonderzoek met gedeeltelijke doorstart naar een opgraving uitgevoerd voor het plangebied aan de Lierdererf (tegenover nummer 2) in Lieren, gemeente Apeldoorn. Aanleiding voor het onderzoek waren de plannen van QaMP Projectontwikkeling om binnen de grenzen van het plangebied een huizenblok bestaande uit zes eengezinswoningen te realiseren. De rest van het plangebied zal worden ingericht met parkeerplaatsen, wadi, trottoir en groenvoorzieningen. Door deze planontwikkeling kunnen eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten verloren gaan.</p><p>Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het waarderen van archeologische resten en het toetsen van eerder geformuleerde verwachtingen. Indien vindplaatsen zouden worden aangetroffen, was het van belang daar zoveel mogelijk de inhoudelijke en fysieke kwaliteit (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) vast te stellen en deze te documenteren. Het doel van de doorstart naar een opgraving was het ex situ behouden van behoudenswaardige archeologische resten.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel: Op basis van het bovenstaand vooronderzoek is voor het plangebied een gespecificeerd archeologische verwachting opgesteld. Binnen het plangebied was op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de tijdspanne laat Paleolithicum – late Middeleeuwen. De resultaten van het booronderzoek bevestigden de verwachting en hierbij ging met uit dat er waarschijnlijk een vindplaats daterend in de periode IJzertijd- late Middeleeuwen.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode IVO-P en DO: Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd op 11 december 2023. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn drie werkputten aangelegd, hiermee is 235,5 m2 onderzocht, ruim 13% van het onderzoeksgebied. De aanleg kon grotendeels conform het PvE worden uitgevoerd. In het PvE werd aangegeven drie werkputten aan te leggen van 2 x 35 meter. Werkput 1 aan de oostzijde van het onderzoeksgebied kon niet over de volledige beoogde lengte van 35 meter worden aangelegd vanwege een boom aan de zuidzijde van het terrein. De put is daarom iets verbreed om aan het aantal te onderzoeken vierkante meter te voldoen. Werkput 1 heeft daarom de afmetingen 30,5 x 2,7 m gekregen. Werkput 2 en werkput 3 konden conform PvE aangelegd worden. Er is één vlak aangelegd in de top van de C-horizont. Het vlak is aangelegd op een diepte tussen 0,50 tot 0,80 m -mv, circa 17,0 tot 17,6 m NAP.</p><p>Bij het proefsleuvenonderzoek werden archeologische resten uit de late IJzertijd/ vroeg Romeinse tijd en late Middeleeuwen aangetroffen (12e eeuw). In overleg met de opdrachtgever en bevoegde overheid werd besloten tot een gedeeltelijke doorstart naar een opgraving.3 De opgraving is uitgevoerd op 25 en 26 januari 2024. Bij de opgraving is één werkput aangelegd op de locatie van de uit te graven bouwput met een bufferzone van 0,75 m aan alle zijden. De afmetingen waren circa 27 x 11 m. In totaal is 402 m2 vlakdekkend opgegraven. Er is één vlak aangelegd in de top van de C-horizont. Het vlak is aangelegd op een diepte tussen ongeveer 0,50 tot 0,80 m - mv, circa 16,9 tot 17,5 m NAP.</p><p>Resultaten: De bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied begint van onder naar boven met dekzand. Dit dekzand is met de wind tijdens het Pleniglaciaal of laat-Glaciaal afgezet. Hierboven ligt een dik plaggendek. Er zijn twee fasen in het plaggendek waargenomen, beide fasen dateren vanaf de late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd en zijn ontstaan door het bemesten van akkers met zandhoudende plaggen. Het gebruik van zandhoudende plaggen zorgt voor een geleidelijke ophoging van het maaiveld. De dikte van het plaggendek in het plangebied varieert tussen de 40 en 60 cm.</p><p>Bij de het onderzoek zijn twee vindplaatsen aangetroffen. De oudste vindplaats was van het type “bewoning” dateert in de late IJzertijd/ vroeg Romeinse tijd (circa 50 v. Chr. - 100 n. Chr.) en bestaat uit enkele verspreide sporen. Er konden geen structuren aan deze periode worden toegewezen. Vondsten uit deze periode betreffen handgevormd aardewerk.</p><p>De tweede vindplaats betreft een laatmiddeleeuws boerenerf (type: Bewoning: Niet-opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter). De vindplaats bestaat uit vele (paal)kuilen en enkele greppels. Een deel van een Gasselte B boerderij, een hooimijt en waterput werden herkend als structuren en dateren tussen het eind van de 11e tot en met de 12e eeuw. Het aangetroffen aardewerk bestaat vooral uit lokaal, of regionaal vervaardigd kogelpotaardewerk. Hieronder zijn verschillende vormen en baksels aanwezig waarvan een deel lijkt te dateren in de 11e eeuw en een deel in de 12e eeuw. Enkele vondsten draaischijfaardewerk, uit de regio Brühl-Pingsdorf, is te dateren in de 11e tot 12e eeuw. Overige vondsten betreffen vesuculaire lava, natuursteen, huttenleem, dierlijk bot, verbrand organisch materiaal en metaalslak. De vondsten getuigen van voedsel-, aardewerk en ijzerproductie binnen de vindplaats, maar ook een beperkte mate van handelscontacten.</p><p>Enkele Nieuwetijd tot recente sporen, zoals een perceelgreppel en esgreppels zijn te relateren aan agrarisch gebruik van het terrein.</p><p>Selectieadvies: Het plangebied is gedeeltelijk opgegraven. Omdat de archeologische waarden die zijn aangetroffen binnen werkput 4 ex situ behouden zijn, kan dit terreindeel vrijgegeven worden voor verdere ontwikkeling. De rest van het terrein behoudt de dubbelbestemming archeologie. Omdat maaiveldhoogtes en vlakhoogtes fluctueren kan vanaf 50 cm -mv het archeologisch vlak worden aangetroffen. De gemeente Apeldoorn hanteert een bufferzone van 35 cm, wat er toe leidt dat bij ingrepen dieper dan 15 cm -mv archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.</p><p>Omdat maaiveldhoogtes variëren dient in het conservatiefste scenario dus rekening gehouden worden met archeologisch onderzoek bij verstoringen dieper dan 17,9 m NAP. Omdat de vindplaats niet begrenst kon worden dient ook rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van met name Middeleeuwse sporen in de directe omgeving van onderhavig plangebied.</p><p>Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Apeldoorn), die vervolgens het advies over neemt of niet.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-21



