Het bodemmilieu op de archeologische vindplaatsen bij Swifterbant (provincie Flevoland): bedreigingen en mogelijkheden voor in situ behoud
收藏DANS Data Station Archaeology2008-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X9E-7XNU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw zijn ten noordwesten van het dorp Swifterbant (gemeente Dronten, provincie Flevoland) archeologische opgravingen uitgevoerd op verschillende locaties waar na de inpoldering (in 1957) sporen van menselijke bewoning uit het Mesolithicum en Neolithicum waren aangetroffen. Bij dit onderzoek werden op rivierduinen en oeverwallen belangrijke sporen aangetroffen van wat thans de Swifterbant-cultuur wordt genoemd. Sinds de ontdekkingen bij Swifterbant zijn elders in de provincie Flevoland, maar ook daarbuiten, sporen aangetroffen van deze zogenaamde Swifterbant-cultuur. Ondanks het groeiende aantal vindplaatsen en de uitvoering van een aantal grootschalige opgravingen in het afgelopen decennium, is nog steeds relatief weinig van de Swifterbant-cultuur bekend. Wel is duidelijk dat de vindplaatsen bij Swifterbant een belangrijke plaats innemen bij de beeldvorming over vroeg- en midden-neolithische bewoning in een dynamisch kustgebied en de integratie van voedselproductie in een op jacht, visvangst en voedsel verzamelen gebaseerde economie.</p><p>Sinds de opgravingen van 1962 tot 1979 heeft in het gebied nauwelijks nog substantieel onderzoek plaatsgevonden. In het kader van de archeologische monumentenzorg en het streven naar behoud van het archeologisch bodemarchief in situ, kwam de vraag naar de kwaliteit van het bodemarchief tegen het einde van de afgelopen eeuw echter steeds sterker naar voren. Een belangrijke stap in de ontwikkeling van een systematiek voor de kwaliteitsbepaling van hoogwaardige vindplaatsen werd gezet in het ROB-onderzoeksprogramma 'Wetlands tot op de bodem', waarin het ensemble van laat-neolithische vindplaatsen in De Gouw (Noord-Holland) een belangrijke rol vervulde. In het verlengde daarvan werd in 2003 door de ROB in samenspraak met de Provincie Flevoland het initiatief genomen tot een nader onderzoek naar de actuele, fysieke kwaliteit van vindplaatsen op oeverwallen en rivierduinen in het gebied. Hierbij kon worden aangesloten bij het initiatief van het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) om nieuw onderzoek uit te voeren op een aantal vindplaatsen voor de beantwoording van enkele specifieke vragen over het vroeg-neolithische landschapsgebruik.</p><p>De reeds opgegraven delen beslaan slechts een klein deel van het totale oppervlak aan bekende nederzettingsterreinen, terwijl het omringende paleolandschap uitsluitend door middel van boringen is gekarteerd. In de bodem is in principe dan ook nog een aanzienlijke hoeveelheid archeologische en paleolandschappelijke informatiebronnen aanwezig. In het kader van het provinciale omgevingsplan is behoud in situ van de vindplaatsen in de context van het landschap uitgangspunt. Het is echter de vraag of de resten afdoende beschermd zijn tegen degradatieprocessen die het gevolg kunnen zijn van actuele grondbewerking, bodemomstandigheden en hydrologische condities. In het kader van het ROB-project MAteriaal DEgradatie (MADE) is in 2004 veldwerk verricht met als doel een beeld te krijgen van de huidige kwaliteit van de archeologische resten en van het conserverend vermogen van het bodemmilieu. Dit veldwerk vond plaats bij gelegenheid van het hernieuwde GIA-onderzoek op de oeverwalvindplaats S2. </p><p>In dit rapport worden de resultaten van het degradatieonderzoek gepresenteerd. Op basis van de resultaten wordt ook advies gegeven over de wijze waarop in situ behoud van de vindplaatsen in het Swifterbant-gebied het beste kan worden vormgegeven. Dit advies kan worden meegenomen in de nadere uitwerking van de archeologische ambitie zoals die in het provinciaal Omgevingsplan Flevoland 2006 is verwoord.</p>
创建时间:
2008-01-01



