Dijkverbetering Doeveren Heusdenseweg en Parallelweg te Doeveren, gemeente Waalwijk en Heusden
收藏DataCite Commons2025-12-05 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HKFRJE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Vanaf de Late Bronstijd tot met de Vroege Middeleeuwen zijn ter plaatse van het plangebied de stroomgordels van Dussen het Oude Maasje actief. Op de locaties waar afzettingen van deze stroomgordels aanwezig zijn kunnen archeologische resten uit deze perioden aanwezig zijn. De bewoning kan hebben plaatsgevonden op de oeverwallen gedurende de actieve fase van de rivier of gedurende
de fase dat er slechts nog restgeul aanwezig was. De resten zullen zich bevinden op en in de top van de oeverafzettingen. De aanwezigheid van archeologische resten kan zich manifesteren door middel van een vegetatiehorizont in de oeverafzettingen mogelijk met archeologische indicatoren zoals aardewerk- en vuursteenfragmenten, houtskool of enkel een sporenniveau. De resten kunnen
vanaf ca. 30 cm -mv aanwezig zijn maar ook op een dieper niveau. Door de loop van tijd heeft de rivier zich verplaatst, waardoor de archeologische resten kunnen zijn geërodeerd. Het resterende deel van het plangebied maakte deel uit van een komgebied. Hiervoor geldt een lage archeologische verwachting voor deze perioden (Bronstijd - Vroege Middeleeuwen).</p><p>
Vanaf de Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en zijn de eerste dijken aangelegd: Rond het jaar 1000 stroomde de Maas volgens het tracé van het Oude Maasje. Rond vermoedelijk 1100 is ter plaatse van het plangebied de (inmiddels verdwenen) Doeverense dijk langs het Oude Maasje aangelegd. Na de afdamming van het Oude Maasje tussen 1230 en 1270 AD wordt de Nieuwe Maas of de afgedamde Maas actief en neemt de afvoer van water van het Oude Maasje
over. Binnen en nabij het plangebied bevonden zich drie historische kernen, Gansoyen, Doeveren en Heesbeen. Tijdens een aantal overstromingen in de 15e eeuw (de Sint-Elizabethsvloeden) werd het gebied meerdere malen overstroomd. Om het gebied te beschermen tegen de overstromingen werden verschillende dijken aangelegd, waaronder de Ellenwoudse Zeedijk ten zuiden van het
plangebied en de inmiddels verdwenen Zeedam in het midden van het plangebied.</p><p>
Net ten noordwesten en ten noorden van Doeveren is in het begin van de 19e eeuw op een aantal locaties, langs de Doeverense dijk en de weg van Doeveren naar Heesbeen, historische bebouwing aanwezig. Het is niet uitgesloten dat in de ondergrond nog resten van deze bebouwing aanwezig zijn. Resten van de historische bebouwing zullen bestaan uit funderingsresten, ophooglagen,
aardewerk, afval, baksteen, metaal, houtskool, glas, bot, organische resten en gebruiksvoorwerpen. Buiten de historische bebouwing worden met name resten van landbouw verwacht.</p><p>
Het gebied is bij de aanleg van de Bergsche Maas aan het einde van de 19e eeuw ten noorden van het plangebied, drastisch veranderd. Het dorpje Gansoyen is toen volledig verdwenen. De bebouwing net ten westen van Doeveren zal door de aanleg van dijken voor de Bergsche Maas zijn verdwenen. </p><p>
Uit de cultuurhistorische quickscan blijkt dat het gebied een lange historie kent die iets verteld hoe mensen door de eeuwen heen met water zijn omgegaan. Aan het begin van de Middeleeuwen is het Oude Maasjes bedijkt. Als gevolg van overstromingen zijn in de loop van de Late Middeleeuwen meerdere dijken aangelegd die later ook een rol speelden bij de Baardwijkse overlaat en de Zuider
Waterlinie in de 18e eeuw. Aan het einde van de 19e eeuw is het gebied drastisch veranderd door het graven van de Bergsche Maas en het Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen. Elementen hieraan gerelateerd zijn onder andere de nieuwe dijken langs de Bergsche Maas en het afwateringskanaal, het gemaal en sluizencomplex Gansoyen, de Gendensche Sluis, de loswal met toegangsweg in de uiterwaard in het westen van het plangebied.</p><p>
Als de drie verschillende scenario’s vanuit archeologische perspectief worden bekeken kan het volgende worden gesteld:</p><p>
Het opbrengen van grond heeft de minste impact, hoewel gekeken zou moeten worden naar eventuele zettingsverschijnselen. Het plaatsen van damwanden levert een beperkte verstoring op voor de archeologie. Dit is wel afhankelijk van de wijze van plaatsing (wordt er grond ontgraven bij het plaatsen) en eventuele wijzigingen van de grondwaterstand (dit kan zorgen voor slechtere conservering van eventueel aanwezige archeologische resten). Het graven van een sleuf zal de meeste impact hebben op eventueel aanwezige archeologische resten.</p><p>
Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom om ter plaatse van de zones waar verstoringen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm -mv (of dieper dan de basis van de dijk) zijn voorzien en archeologische resten worden verwacht een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Ook
bij dwarsdoorsneden van de dijk wordt archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.</p><p>
Als de drie verschillende scenario’s vanuit cultuurhistorisch perspectief worden bekeken kan het
volgende worden gesteld:</p><p>
Het opbrengen van grond heeft de meeste impact, omdat zichtlijnen worden aangetast. Het plaatsen van damwanden en het graven van sleuven hebben minder impact op de cultuurhistorie, indien de bestaande landschapscontouren intact blijven.</p><p>
Geadviseerd wordt om de verschillende cultuurhistorische elementen intact te laten. Indien de structuur (in horizontale zin) of vorm (dwarsdoorsnede) van de dijken significant wordt gewijzigd of bij ingrepen waarbij de waarde van de overige cultuurhistorische elementen mogelijk worden aangetast, wordt geadviseerd om nader cultuurhistorisch onderzoek te doen (waardestelling en effectstudie).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-04



