Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Dordsestraat gemeente Emmen
收藏DataCite Commons2026-01-15 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZOAGDM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In december 2023 is in opdracht van gemeente Emmen door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Dordsestraat in Emmen (gemeente Emmen). Aanleiding voor het onderzoek zijn de rioleringswerkzaamheden in het plangebied. Het bureauonderzoek is in de periode februari/maart 2024 beoordeeld namens de gemeente door de gemeentelijk archeoloog. Naar aanleiding van deze beoordeling is op 17 april 2024 revisie 02 van het bureauonderzoek opgesteld. Revisie 02 van het bureauonderzoek is in het onderhavig rapport onverkort opgenomen en aangevuld met de resultaten van het in juni 2024 uitgevoerde verkennend archeologisch booronderzoek.
</p><p>
Conclusies bureauonderzoek</p><p>
Het plangebied werd gevormd in de ijstijden, waarin dit deel van Nederland, met uitzondering van de laatste ijstijd, bedekt werd door een dikke ijskap. Door de druk van deze ijskap op de bodem en de snelstromende smeltwaterrivieren ontstonden megaflutes, hooggelegen parallelle ruggen, met daartussenin laagtes. Tijdens de laatste ijstijd werd de regio door de koude, droge omstandigheden bedekt met een laag dekzand. Het klimaat warmde in het Holoceen steeds meer op, waardoor er meer vegetatie kon ontstaan. In de beekdalen ontwikkelde veengronden. Het veen groeide zo aan, dat ook de hooggelegen ruggen bedekt werden met veen. In de omgeving van Emmen ontstond zo rond 500 voor Christus het Bourtangermoeras. Het is mogelijk dat het Bargermeer ontstaan is door de vernatting van de regio. Uit historische gegevens is bekend dat dit meer ongeveer 0,5 tot 0,8 m-mv diep was.</p><p>
De Hondsrug en omstreken waren al aantrekkelijk voor de Neanderthaler, maar ook voor de moderne mens ten tijde van de laatste ijstijd. De eerste boeren in de regio waren mensen van de Westgroep van de Trechterbekercultuur, die vooral bekend zijn om de hunebedden. Na de Romeinse Tijd ontvolkte noord Nederland tot de komst van de Saksen vanuit het oosten en de Angelsaksen vanuit het noorden. Uit de geschiedenis is bekend dat Emmen werd platgebrand door de bisschop Wildebrand van Oldenburg naar aanleiding van de Slag bij Ane van 1227 tussen de bisschoppen van Utrecht en de burggraaf van Coevorden. Het duurde tot de 19e eeuw voordat de eerste mensen zich vestigden op de veengebieden rondom Emmen en langs het Bargermeer.</p><p>
Tussen 1855 en 1861 werd het Oranjekanaal aangelegd. Dit kanaal werd ook verbonden met het Bargermeer, waardoor het meer leeg liep en droogviel. Het resultaat was dat er een groot stuk landbouwgrond vrijkwam. Dit is als akkerland continu in gebruik geweest tot de bouw van de woonwijk. Op historische kaarten is te zien dat in het plangebied de bebouwing met woningen en wegen pas in de jaren-’60 en -’70 van de 20e eeuw wordt uitgebreid. In de jaren-’90 worden enkele gebouwen aan de zuidzijde van de Dordsestraat gesloopt. Van de jaren-’90 tot nu zijn er in het plangebied weinig tot geen wijzigingen geweest aan de ligging van gebouwen en infrastructuur in het plangebied.
</p><p>
Voor het plangebied is een archeologische verwachting op het aantreffen van sporen en vondsten uit de periode paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen en voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. In verband met de hoogteligging geldt voor het westelijke gebied een hoge verwachting en voor de rest een middelhoge verwachting.
</p><p>
Uit de verzamelde gegevens uit Archis is gebleken dat er een veelheid aan onderzoeken is gedaan. Voor een deel zijn deze overlappend of grenzend aan het plangebied. De onderzoeken laten zien dat veelal een verstoring tot 0,8 - 1,0 m –mv heeft plaatsgevonden. Dit heeft onder andere te maken met het gebruik als akkerland dat continu werd geploegd en aangerijkt. Ook door de aanleg van de wegen, en kabels en leidingen is de bodem al op veel plekken verstoord geraakt.
</p><p>
Conclusies veldonderzoek (verkennende fase)</p><p>
De bodemopbouw bestaat in het gehele plangebied uit een aanzienlijk pakket opgebrachte en omgewerkte grond, in het uiterste westen direct gelegen op keileem (Hondsrug), in het oostelijk deel direct gelegen op nat afgezet of verspoeld dekzand, fluvioperiglaciale afzettingen, keizand of keileem. Ten westen van de smeltwatervlakte ligt een kleine zone met dekzandprofielen waarvan één dekzandprofiel een intact podzolprofiel heeft(boring 11). In alle overige boringen met (jong) dekzand zijn geen oorspronkelijke bodems meer aanwezig: daar is door verstoring en omwerking direct een C-horizont aanwezig.
</p><p>
Er is géén vindplaats aangetroffen. Hierbij moet benadrukt worden dat het opsporen van vindplaatsen geen doel is van een verkennend onderzoek. Het doel van het verkennend onderzoek is kansarme en kansrijke gebieden onderscheiden aan de hand van de daadwerkelijke bodemsituatie. Op grond van dit uitgangspunt is boring 11, met een intacte podzolbodem (in elk geval tot in de E-horizont) onder een vermoedelijk historisch omgewerkt veenpakket(restant) een archeologisch kansrijke laag. Dit is tevens de enige plaats binnen het plangebied die als kansrijk kan worden aangemerkt. Op deze locatie ligt echter een aantal bestaande rioolleidingen ter plaatse van de voorgenomen aanleg van de nieuwe rioolleiding. Hierdoor wordt ook in dit deelgebied geen grootschalig intacte bodem verwacht en derhalve geen intacte vindplaats.
</p><p>
De toets op de archeologische verwachting bevestigt het vermoeden uit het bureauonderzoek dat de bodem in grote mate is omgewerkt en/of opgehoogd. Dit vermoeden kwam voort uit bekende (archeologische) gegevens uit de directe omgeving. Tevens werd voor het oostelijk deel een middelhoge verwachting uitgesproken vanwege de geomorfologische ligging in een smeltwatervlakte. Het archeologisch booronderzoek heeft getoetst dat hier geen (jong, siltarm) dekzand aanwezig is. Alleen in de zone nabij het spoor zijn nog duidelijk dekzandprofielen aangetroffen, waarvan één met podzolprofiel en zelfs een veenrest op relatief geringe diepte (boring 11). de hoge verwachting voor het westelijk deel van het plangebied, op de oostelijke flank van de Hondsrug is niet getoetst als een hoge verwachting. De verstoringen zijn hier te fors: de bodemprofielen zijn veelal verstoord tot in het keileem of keizand.</p><p>
Selectieadvies</p><p>
Hoewel boring 11 uit het verkennend booronderzoek op basis van het bodemprofiel als kansrijk is getoetst, blijkt uit de nadere toets met de voorgenomen maatregelen en bestaande verstoringen dat hier geen kans is op intacte vindplaatsen. In de overige boringen zijn geen relevante profielen waargenomen. Antea Group adviseert daarom om het plangebied vrij te geven ten gunste van de voorgenomen maatregelen.
</p><p>
Bovenstaande is een selectieadvies. Het is aan de gemeente Emmen, op voorspraak van haar adviseur, om op basis van de in dit rapport gepresenteerde gegevens tot een selectiebesluit te komen. De gemeente kan in haar besluit afwijken van het hier gegeven advies.</p><p>
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk archeoloog kan ook: Luuk van der Weijden, e: L.vanderWeijden@emmen.nl.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-06



