A-21.0007: Liessel, Herinrichting Leegveld Herintichting Deurnsche Peel en Leegveld. Opgracing en proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding
收藏DANS Data Station Archaeology2025-07-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BTAW2A
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Provincie Noord-Brabant heeft BAAC een opgraving en proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Deurnsche Peel en Leegveld te Liessel, gemeente Deurne. De Deurnsche Peel vormt samen met de aangrenzende natuurgebieden Mariapeel en Grauwveen een Natura2000 gebied. In het plangebied zijn werkzaamheden uitgevoerd in verband met de herinrichting en natuurontwikkeling van het plangebied. De begeleide werkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit de aanleg van kades, het graven en/of verruimen van watergangen en het afgraven van de bouwvoor. Het uiteindelijk doel is het behoud van de nog aanwezige hoogveenrestanten en het ontwikkelen van een functionerend hoogveenlandschap.<br>Aan de hand van de onder meer bodemkundige en geomorfologische gegevens en bekende vindplaatsen is er voor het plangebied een specifieke archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld. Hierbij heeft grofweg het oostelijk deel van het plangebied, ten oosten van het Kanaal van Deurne, een gematigde verwachting gekregen en het westelijk deel een lage verwachting. Daarbinnen zijn echter elf zones aangewezen met een specifieke archeologische verwachting. Deze zones hebben een hoge of middelhoge verwachting op resten gerelateerd aan jager-verzamelaars, rituele deposities uit de Romeinse tijd-middeleeuwen, veenwinningskuilen uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd, een landweer uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd en een boortoren uit omstreeks 1915. Deze hoge verwachtingen zijn slechts zeer ten dele uitgekomen. Dit is deels te wijten aan de aard en locatie van de uitgevoerde werkzaamheden. Binnen de meerderheid van de verwachtingszones werden geen of in zeer beperkte mate grondverstorende werkzaamheden uitgevoerd, waardoor de kans op het aantreffen van archeologische resten nihil was. De tweede belangrijke reden voor het niet uitkomen van de hoge verwachtingen is de mate van verstoring van de ondergrond. Gedurende het onderzoek is gebleken dat in de delen van het plangebied die buiten de bestaande natuur liggen, en dus tot voor kort in gebruik waren als akker of weide, de ondergrond grotendeels verstoord is. Deze verstoringen zijn ontstaan door het omwerken van de bodem door handmatig of machinaal omspitten en/of diepwoelen of -ploegen. Door de bodembewerking is in grote delen van het plangebied de bovengrond tot in de C-horizont omgespit. Afgaande op de historische kaarten is deze grondverbetering binnen het plangebied grotendeels uitgevoerd in de jaren direct ná de Tweede Wereldoorlog.<br>Alleen de verwachting op sporen van particuliere veenwinning, zogenaamde boerenkuilen, is uitgekomen. De sporen zijn aangetroffen in een laagte, waar het veen nog tot een dikte van 70 cm bewaard was gebleven. De sporen waren zichtbaar als clusters steeksporen, ontstaan bij het verticaal voorsteken van het veen. Uit deze clusters steeksporen kunnen twee soorten veenputten afgeleid worden. De meest talrijke variant is langgerekt strookvormig met een lengte van 12 tot 15 m en een breedte van 1,5 tot 2,5 m. De tweede variant bestaat uit ronde kuilen met een maximale diameter van 6 tot 6,5 m. In deze ronde kuilen zijn de turven in concentrische cirkels gestoken. Op grond van twee oversnijdingen kan geconcludeerd worden dat de rechthoekige variant jonger is dan de ronde variant. De datering van de boerenkuilen is niet duidelijk. Een categorie vondsten waarmee in het Programma van Eisen geen rekening is gehouden is die van vondsten uit de Tweede Wereldoorlog. Er is gebleken dat onder enig voorbehoud, mede vanwege de gevolgde methodiek, een verband kan worden gelegd tussen de verspreiding van munitieresten en specifieke gevechtshandelingen aan het eind van de oorlog. Zo lijkt de verspreiding van kogels en granaatfragmenten op een specifieke plek te duiden waar Duitse troepen het Kanaal van Deurne zijn overgestoken. De resultaten van het pollenonderzoek naar één veenprofiel is in overeenstemming met eerder onderzoek in de Peel. Hoewel in dit profiel slechts 30 cm veen aanwezig was, duidt de samenstelling van de pollen erop dat dit veen een periode van ten minste 3800 jaar vertegenwoordigt. Het begin van de veengroei kan slechts in het Atlanticum, tussen 7000 en 3000 voor Chr., gedateerd worden. De top van het nog aanwezige veen dateert uit de periode tussen 800 en de late middeleeuwen, op basis van het voorkomen van stuifmeel van rogge en de afwezigheid van boekweit.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2025-01-01



