Laatmiddeleeuwse bewoning langs de Hogeweide. Archeologisch proefonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2001-03-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X88-H2W3
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Ten westen van Utrecht wordt sinds enkele jaren gewerkt aan de realisatie van de VINEX-locatie Leidsche Rijn. Onderdeel van de grootschalige bouwwerkzaamheden is de verlegging van rijksweg A2, die over een afstand van ca. 6 km richting het westen zal opschuiven. Het toekomstige tracé is in 2000 door RAAP onderzocht op de aanwezigheid van archeologische overblijfselen door middel van een oppervlaktekartering en een booronderzoek. Hierbij werden vier archeologische vindplaatsen in kaart gebracht, daterend van (waarschijnlijk) de late Bronstijd tot in de Middeleeuwen. De Sectie Cultuurhistorie van de gemeente Utrecht heeft in maart 2001 een archeologisch proefonderzoek (LR20) uitgevoerd op één van deze vier vindplaatsen, gelegen op een perceel langs de Hogeweide (afb. 1). Op basis van het RAAP-onderzoek werd op dit perceel een nederzetting uit de IJzertijd/Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen verwacht. Er werden in totaal negen sleuven van 2 m breed over het terrein aangelegd. Anders dan RAAP vermoedde bleek uit het proefonderzoek dat er geen sporen uit de IJzertijd-Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen aanwezig waren. De aangetroffen archeologische sporen horen grotendeels bij het elfde- tot dertiende-eeuwse bewoningslint, dat zich ten zuiden van het onderzoeksterrein uitstrekt. Uit deze periode werden mogelijke paalkuilen, greppels en (afval)kuilen aangetroffen. De relatief kleine hoeveelheid vondstmateriaal en het ontbreken van een duidelijke vuile cultuurlaag doen vermoeden dat het onderzochte perceel zich in de periferie van dit bewoningslint bevindt. De vondst van drie zilveren dertiende-eeuwse bisschopsmuntjes en een zeldzame Limoges-gesp uit dezelfde periode lijkt te duiden op een meer dan gemiddelde rijkdom vanaf 1200 na Chr. Deze rijkdom blijkt eveneens uit vondsten afkomstig uit enkele veertiende- en vijftiende-eeuwse sporen. Uit de vulling van een brede greppel of smalle gracht kwamen vloertegels van een hoge kwaliteit, daterend uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Ook werden er fragmenten van veertiende-/vijftiende-eeuwse kloostermoppen aangetroffen. Op basis van het aardewerk kan worden verondersteld dat de plek werd verlaten in het eerste kwart van de vijftiende eeuw. In de historische bronnen wordt geen melding gemaakt van middeleeuwse steenbouw op deze plek. Alle bekende ridderhofsteden en in steen opgetrokken boerderijen in Leidsche Rijn lagen buiten de grens van de Utrechtse stadsvrijheid. Een uitzondering hierop is een opgegraven omgracht terrein met duidelijke restanten van steenbouw zo’n 1100 m ten zuidwesten van het huidige onderzoeksterrein. Ook dit omgrachte terrein werd verlaten in het eerste kwart van de vijftiende eeuw. De aard van de eventuele steenbouw op het perceel van LR20 is vooralsnog niet duidelijk. Mogelijk is het geen toeval dat deze vroege en luxe steenbouw was gelegen op kapittelgrondgebied. In dat opzicht is de vondst van een dertiende-eeuwse Limogesgesp - een voorwerp dat normaal gesproken in verband wordt gebracht met de kerk en de geestelijkheid - suggestief.</p><p>De aangetroffen sporen op het onderzochte perceel dreigen als gevolg van de verlegging van de A2 vernietigd te worden. Gezien de vroege datering van de steenbouw die mogelijk op het opgravingsterrein aangetroffen kan worden, is er sprake van een waardevol archeologisch terrein. Vandaar dat een definitieve en integrale opgraving noodzakelijk is. Het op te graven terrein is ca. 0,7 ha groot.<br>In 2004 heeft op dit onderzoeksterrein de opgraving LR48-I plaatsgevonden (Archis3: 2046995100).</p>
创建时间:
2001-03-21



