Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen in de Hollands Ankeveense Polder, te Ankeveen, gemeente Wijdemeren (N.-H.)
收藏DANS Data Station Archaeology2008-03-15 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23J-4JCX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op grond van de bodemopbouw zoals beschreven in paragraaf 2.1, kan de archeologische<br>verwachting nader worden gespecificeerd. Uitgangspunt hierbij is dat<br>archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum voornamelijk in<br>de A-horizont van het dekzand zijn te verwachten. Hierbij moet worden gedacht<br>aan artefacten en afslagen van vuursteen en houtskool, die rondom bewoningsplaatsen<br>op het maaiveld terecht zijn gekomen. Voor de delen waar een minerale<br>A-horizont is aangetroffen, kan worden gesteld dat er een hoge verwachting bestaat<br>voor sporen uit bovengenoemde periodes. Waar de A-horizont wordt afgedekt door<br>een klei- en/of veendek is de kans op in situ gelegen archeologica het grootst, met<br>name op de zuidwestelijke flank van de dekzandrug, omdat deze qua zon de beste<br>bivak-locatie bood. Waar het dekzand direct aan het maaiveld ligt is de A-horizont<br>ten dele verploegd, waardoor archeologische resten uit hun oorspronkelijk context<br>verplaatst kunnen zijn. Op de delen waar het podzolprofiel is afgetopt (boringen 3,<br>7, 8 en 41), is de kans op het aantreffen van archeologische resten klein. Op de terreindelen<br>waar een minerale A-horizont ontbreekt, is de kans op het aantreffen van<br>archeologica eveneens klein, omdat het hier dermate nat is geweest dat het terrein<br>ongeschikt was om een kamp op te slaan.<br>In relatie tot de archeologische verwachting kan het volgende worden gezegd aangaande<br>de geplande werkzaamheden, zoals weergegeven in afbeelding 2 en 8. Uitgangspunt<br>hierbij is dat de A-horizont van het dekzand intact blijft:<br>Aan te leggen slenk<br>De aan te leggen slenk in het centrale deel van de onderzoekslocatie is bedoeld<br>om het aanwezige reli¨ef te accentueren. In de voorgestelde ori¨entatie valt de slenk<br>voor een groot deel over het terreindeel waar het dekzand aan het maaiveld komt<br>of waar een volledig podzolprofiel wordt afgedekt door klei/veen. Het graven van<br>de slenk op deze locatie zal hierdoor leiden tot verstoring van het archeologisch<br>archief. Dit zou ondervangen kunnen worden door de ori¨entatie te veranderen van<br>WZW–ONO naar NW–ZO.<br>Uit te diepen zodjes<br>Het uitdiepen van de zodjes vormt geen bedreiging voor het archeologisch archief,<br>zolang niet tot in het zand wordt gegraven. Dit geldt ook voor het zodje dat ten<br>zuiden van boringen 7 en 8 is gelegen. Alhoewel het lijkt dat deze is gelegen in<br>het gedeelte waar dekzand aan het maaiveld voorkomt (afb. 8), wordt dit beeld<br>opgewekt doordat de boorraai hier langs het zodje heen loopt. Gezien de overeenkomsten<br>wat betreft maaiveldhoogte en vegetatie met het zodje waarin boring 11<br>is geplaatst, als ook het feit dat het hier in het verleden al veen is gewonnen, is het<br>aannemelijk dat hier ook sprake is van een venige opvulling.<br>Af te plaggen terreindeel<br>Zoals ook voor de slenk geldt, is op een deel van het terrein dat wordt afgeplagd<br>het dekzand aan het maaiveld aanwezig. Afplaggen op deze terreindelen heeft dus<br>eveneens tot gevolg dat het archeologisch archief wordt verstoord, met name omdat<br>archeologische resten in de A-horizont worden verwacht welke door afplagging zal<br>verdwijnen.<br>Te herprofileren sloten<br>Bij het herprofileren van de vier noordelijke sloten binnen de onderzoekslocatie<br>zal in het geval van de twee meest zuidelijke sloten tot in het dekzand worden<br>gegraven, waarbij dus het bodemarchief wordt verstoord. Bij de twee noordelijke<br>sloten ligt het dekzand op een dusdanige diepte dat geen verstoring optreedt.</p>
提供机构:
Archaeological Research en Consultancy
创建时间:
2008-03-16



