Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de renovatie van de Brug over de Noord, gemeente Alblasserdam / Hendrik-Ido-Ambacht
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2bq-h3yu
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Witteveen+Bos heeft Vestigia Archeologie Cultuurhistorie een bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied ter hoogte van de Brug over de Noord te Alblasserdam en Hendrik-Ido-Ambacht, gemeente Alblasserdam en Hendrik-Ido-Ambacht. De renovatie van de brug zal over twee fasen plaatsvinden. De eerste fase van de renovatie behelst de “Bediening/Besturing/Bewaking” (3B) en “Logische Functie Vervullers” (LFV’s). De tweede fase van de renovatie betreft de constructieve renovatie en vindt later plaats.Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek.Voor het gehele plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor resten tot de Middeleeuwen. De landschappelijk ligging doet als eerste een hoge verwachting vermoeden door de aanwezigheid van de loop van de Oude Waal en Oud Alblas, langs welke al lange tijd bewoning wordt aangetroffen. Echter hebben booronderzoeken nabij het plangebied aangetoond dat deze resten dieper dan 3.00 – 4.00 m gelegen zijn. Ter hoogte van het plangebied zullen deze resten mogelijk ook al verspoeld zijn door de latere stroomgeulen en crevassen, welke de lopen van de Oude Waal en Oud Alblas doorsnijden. Voor resten vanaf de Middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Het gaat voornamelijk om resten uit scheepvaart, de aanleg van dijken en mogelijk bewoning daarlangs, die binnen het plangebied verwacht kunnen worden. Het historisch kaartmateriaal en archeologische inventarisatie wijzen op een aantal resten die mogelijk aanwezig kunnen zijn, zoals bebouwing aan de zijde van Alblasserdam ter hoogte van de Hogendijk en mogelijk resten van de watermolen. Het is goed mogelijk dat de resten verstoord zijn geraakt door de bouw van de Brug over de Noord en de aanleg van de Noordtunnel. Echter staan deze elementen ook nog aangeduid op de bestemmingsplannen, waardoor de middelhoge verwachting gehandhaafd blijft. Voor wat betreft de Schinkelkade en de houtensluis en losplaats wordt verwacht deze resten reeds verstoord zijn door de verlegging en aanleg van de kade ter hoogte van de Schinkelkade. Daarnaast is deze vermoedelijk in de 19e eeuw reeds vergraven. Aan de Ambacht zijde zijn vooral dijken en kades mogelijk nog in de bodem aanwezig. Grotendeels zullen deze verstoord zijn geraakt door de bouw van de Noordtunnel en de Brug over de Noord, maar precies tussen deze twee bouwwerken zit een stuk waar weinig bouwactiviteiten op hebben plaatsgevonden. Enkel de aanleg van een parkeerplaats. Resten van deze aardewerken kunnen binnen dit deel nog aanwezig zijn Hoewel er geen directe aanwijzingen zijn voor resten die verband houden met de scheepvaart, kunnen deze op voorhand niet uitgesloten worden. Binnen het plangebied zijn meerdere ingangen naar de haven van Oostendam aanwezig geweest en heeft een veerpont gevaren. Ook bij de gevechten in de tweede wereldoorlog is met boten getracht de overkant te bereiken. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor baggerwerkzaamheden. Naast de aangeduide locaties kunnen ter hoogte van de kades nog resten aanwezig zijn van versperringen en bunkers van de Duitse verdedigingslinie aan de Ambachtszijde en van de Lichte Divisie van het Nederlandse leger aan de zijde van Alblasserdam. Advies Binnen het plangebied zijn mogelijk nog archeologische resten aanwezig daterend vanaf de Late Middeleeuwen tot de Nieuwste tijd. De momenteel bekende ingrepen bestaan uit de aanleg van een zinker en mogelijke ingrepen ten behoeve van het omleiden van kabels en leidingen.- De zinker zal worden aangelegd aan de oostzijde van de vaargeul welke voor de aanleg van de brug vergraven en verlegd is. Er worden daarom op deze locatie geen archeologische resten meer verwacht; - De andere ingrepen bestaan mogelijk uit werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen binnen de landbodem. Indien deze ingrepen plaatsvinden op de locatie van een historisch object, of als de ingrepen groter zijn dan 100 m2 en dieper dan 50 cm en plaatsvinden ter hoogte van de onverstoorde grond, wordt geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (door middel van proefsleuven/archeologische begeleiding bij historische objecten, en door middel van boringen bij een generieke middelhoge verwachting).De exacte locatie, aard, oppervlak, en diepte zijn ten tijde van het opstellen van dit bureauonderzoek niet gedeeld met Vestigia of nog niet vastgesteld. Op basis van het definitief ontwerp dient te worden bepaald of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Hiervoor dient eerst een Plan van Aanpak (voor booronderzoek) of een Programma van Eisen (voor proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding) te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag.Het bevoegd gezag, de gemeente Alblasserdam / gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied toch wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, gemeente Alblasserdam / gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Het bevoegd gezag, de gemeente Alblasserdam / gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied toch wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Alblasserdam / gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



