five

Plangebied Landgoed Brakel herinrichtingsfase 2 te Brakel, gemeente Zaltbommel; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en aanvullend onderzoek door middel van profielputten Plangebied Landgoed Brakel herinrichtingsfase 2 te Brakel, gemeente Zaltbommel; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en aanvullend onderzoek door middel van profielputten

收藏
DataCite Commons2025-04-29 更新2025-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/RZQE34
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen heeft RAAP in april 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en een aanvullend onderzoek door middel van profielputten uitgevoerd in het plangebied Landgoed Brakel herinrichtingsfase 2 te Brakel, in de gemeente Zaltbommel.Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning, die wordt aangevraagd in verband met bovengrondse en ondergrondse aanpassingen in de inrichting van het terrein. Deze hebben tot doel het landgoed aantrekkelijker te maken als vergader-, trouw-, feest- en evenementenlocatie en voor wandelaars en bezoekers van het restaurant. Door de gemeente Zaltbommel (namens deze de Omgevingsdienst Rivierenland) is bepaald dat voor de verlening van de omgevingsvergunning op enkele locaties in het plangebied archeologisch (voor)onderzoek dient te worden uitgevoerd.De verhoging onder Huis Brakel zelf moet uiterlijk in 1768, met de voltooiing van Huis Brakel, zijn opgeworpen: het landhuis is in het begin van de 19e eeuw slechts verbouwd en niet opnieuw opgebouwd. Een vroegere datering is goed mogelijk. Aan de basis van de heuvel (althans, binnen 1 -1,2 m -mv) is geen bouwpuin van het oude kasteel van Brakel gevonden.Uit het boor- en profielputtenonderzoek blijkt dat het meer dan 1 m dikke ophogingspakket dat tegenwoordig de heuvel rondom Huis Brakel vormt, ná het einde van de 17e eeuw is opgeworpen. Het vondstmateriaal was onvoldoende diagnostisch om bewonings- en bouwfase(n) van Huis Brakel aan ophogingslagen te koppelen. De homogeniteit van het vondstmateriaal tot vrij grote diepte wijst erop dat de heuvel rond Huis Brakel grotendeels op één moment is opgeworpen; waarschijnlijk rond 1819, met grond die vrijkwam bij het uitgraven van de vijver en de sloten aan de voorzijde van het huis. Deze grond is waarschijnlijk vermengd geraakt met sloopafval dat bij verbouwingen in de 18e en begin 19e eeuw is ontstaan. Het pakket dat vermoedelijk begin 19e eeuw is opgebracht, heeft niet tot een verhoging, maar tot een aanzienlijke vergroting van de woonheuvel geleid en voor een glooiender reliëf gezorgd. Dit past bij de beoogde uitstraling van een landschapstuin. In boring 1, 9, 10, 12, profielput 101 en profielput 103 werd een grindlaag gevonden die mogelijk aan de tuinpaden van de kaart van Huis Brakel (en tuin) uit 1809 zijn weergegeven. De kaart weerspiegelt de situatie vóór de aanleg van het landschapspark. In profielput 103 is op een ondieper niveau een 19e -20e -eeuws loopvlak gevonden.Aan de zuid- en zuidoostzijde van Huis Brakel is een sterke bodemverstoring in profielput 102 waargenomen. Uit historische bronnen en kaarten blijkt dat een deel van de kunstmatige verhoging voor het koetshuis glooiend is afgegraven bij de aanleg van het park in landschapsstijl (1811-1823). Na 1982 is deze afgraving weer grofweg op het voormalige niveau gebracht.Buiten en aan de rand van de heuvel waarop Huis Brakel gesitueerd is, is een minimaal 55 cm dik, sterk puinhoudend pakket opgebrachte zandgrond met kleibrokken aanwezig. De gele IJsselstenen in dit pakket zijn niet rond Huis Brakel aangetroffen. Deze grond is waarschijnlijk van buiten het plangebied aangevoerd. Dit betreft waarschijnlijk (her)verplaatste grond die afkomstig is uit de watergang direct westelijk van boringen 13 en 14 of van elders op het landgoed. De basis van het pad dat westelijk van deze watergang loopt (naar de kerk), bestaat uit een onzuiver kleipakket. Dit pad is waarschijnlijk opgehoogd met grond die beschikbaar was na het uitgraven van de gracht rond de Oude Moestuin.Aan de zuidoostzijde, langs het lager gelegen gedeelte van de Dwarssteeg (boring 8), werd zwak puinhoudende, gevlekte oeverklei waargenomen met fijn grind en humusbrokken tot 65 cm -mv. Dit is geheel vergraven. Boring 8 bevat tot 110 cm -mv fragmentjes houtskool en kleine fragmenten rode baksteen met aangekitte mortel. Vermoedelijk is ook deze grond in de nieuwe tijd opgebracht. Naar verwachting is de bodemopbouw in de omgeving van boring 8 tot minimaal 1 m -mv verstoord.Noch in de boringen, noch in de profielputten, zijn oude cultuurniveaus of clusters van vondsten ouder dan de 17e of 18e eeuw gevonden.De bodemingrepen die gepland zijn voor fase 2 van de herinrichting van Landgoed Brakel – anders dan die waarvoor de archeologische begeleiding is voorgeschreven – zullen naar verwachting geen verstoringen aan waardevolle archeologische resten gaan veroorzaken. De geplande ingrepen vinden hoofdzakelijk plaats in grond die in de 19e en 20e eeuw is opgehoogd en/of verstoord. De archeologische informatiewaarde van dit ingrepengebied is middels het uitgevoerde boor- en profielgatenonderzoek voldoende gedocumenteerd. Derhalve wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd (anders dan de archeologische begeleiding van het doortrekken van de watergang). Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling.Dit advies wordt gegeven op basis van de bestaande herinrichtingsplannen. Mochten deze wijzingen, dan zal de impact hiervan op de archeologie opnieuw beoordeeld moeten worden.Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Zaltbommel, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-29
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务