N18 Groenlo – Enschede Vindplaats 13-II: Ruiterpad Onderzoek van een redoute van de Circumvallatie-linie van Groenlo uit 1627 ter hoogte van de Schietbaan en het Ruiterpad ten noorden van Groenlo, gemeenten Oost-Gelre en Berkelland, provincie Gelderland. Opgraving vindplaatsen 13-I en 13-II
收藏DataCite Commons2026-03-18 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PL0MEO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in 2016 en 2017 op negen locaties archeologische opgravingen uitgevoerd in het noordelijk deel van het tracé van de inmiddels aangelegde N18, de Nieuwe Twenteroute, tussen Varsseveld en Enschede. Daarnaast heeft een archeologische begeleiding van specifieke tracédelen plaatsgevonden. De in dit rapport besproken locatie betreft de opgraving van Vindplaats 13-I / 13-II, resp. ter hoogte van de Schietbaan en het Ruiterpad ten noorden van Groenlo in de gemeenten Oost Gelre en Berkelland in de provincie Gelderland. Er is tijdens het onderzoek een aantal greppelstructuren aangetroffen die toegewezen kunnen worden aan de Circumvallatielinie van Groenlo. De Circumvallatielinie is tijdens het beleg van de stad in 1627 aangelegd door het Staatse leger onder leiding van prins Frederik Hendrik en kort na de overgave van de stad ontmanteld. Vindplaats 13-I bevindt zich op een hoogte van ongeveer 26,5 tot 27,5 m boven NAP, in de 20e-eeuwse ontginning van het Zwollesche Veld. Vindplaats 13-II bevindt zich, op een iets lager niveau (22,5 tot 23,0 m boven NAP), daar ten westen van in de 20e-eeuwse ontginning van het Hupselsche Veld. De dunne bouwvoor van 30 cm dikte ligt op een deels verstoord bodemprofiel. Het belangrijkste resultaat van het huidige onderzoek is de exacte plaatsbepaling van de 9e Redoute en de greppels van de linie zelf ter weerszijden van de redoute. Ten zuidoosten van de 9e Redoute bevond zich Schans Altena. Schans Altena was de kleinste van de vijf linieschansen en lag op een hoge es het dichtst bij de stad Groenlo. Ten westen van de nu opgegraven redoute lag het Groot Hoornwerk. De archeologische sporen van de 9e Redoute bestaan uit een greppel die een vierkant, noordzuid- oostwest georiënteerd binnenterrein van 35 x 35 m omsluit. De greppel is circa 4,5 m breed, 0,60 tot 0,75 m diep en heeft een vlakke bodem die circa 3 m breed is. De greppel wordt gekenmerkt door een brokkelige, gevlekte vulling die schuin gelaagd is. De onderste vulling is veelal humeus, hetgeen er op zou kunnen wijzen dat er water in de greppel heeft gestaan. Op basis van de schuin gelaagde vulling kan worden aangenomen dat de greppel vanaf de binnenzijde van de redoute is dichtgegooid. Op een afstand van negen meter liep parallel aan de buitenzijde van de redoute een greppel die twee meter breed was. In het oosten oversnijdt deze greppel de buitenste liniegreppel en liep vermoedelijk door tot op de binnenste liniegreppel; de oversnijding lijkt het gevolg van een gefaseerde opvulling van de twee greppels, echter meer duiding is niet mogelijk. In het westen kon de relatie van de buitenste redoutegreppel met de buitenste liniegreppel niet worden vastgesteld, maar eindigt de greppel met een gedeeltelijke oversnijding van de binnenste liniegreppel. Op basis van de schuin gelaagde vulling kan worden aangenomen dat de greppel vanaf de binnenzijde van de redoute is dichtgegooid. De onderlinge afstand tussen de liniegreppels op locatie 13-I en 13-II varieert van 12 tot 15 m. Helaas ontbreekt door verstoringen en niet opgegraven delen van de redoute informatie over de relatie tussen de redoute en de liniegreppels en over de aanwezigheid van een eventuele ingangspartij aan de stadse kant. Relevant vondstmateriaal ontbreekt, op een los gevonden musketkogel van lood en een ijzeren spie na.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-18



