Transect-rapport 2748: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Vught, Rozenoord. Gemeente Vught (NB).
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xqg-yt33
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In mei 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het projectgebied Rozenoord aan de Vliertstraat 4 en Sint-Elisabethstraat 1ab in Vught (gemeente Vught). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.• Uit het archeologisch onderzoek is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk op de overgang van een hoger gelegen dekzandrug naar een lager gelegen vlakte ligt. Er is immers sprake van een circa 1,4 m verschil in diepteligging van het dekzand binnen het plangebied. Tevens is in het zuiden veen gevonden, hetgeen in dit deel van het plangebied wijst op een lage landschappelijke ligging. De ligging van het plangebied op een flank (van een rug in het noordwesten naar een lager gelegen deel in het zuidoosten) geeft het een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. Tevens is de top van het dekzand intact: hoewel geen duidelijke sporen van bodemvorming zijn aangetroffen, is de humeuze ophooglaag op het dekzand homogeen en ongemoeid. Dit wijst erop dat er geen diepreikende verstoringen hebben plaatsgevonden. Mogelijk vormt de humeuze ophooglaag een oud bouwlanddek, dat als gevolg van landbouwwerkzaamheden door bemesting en bewerking ontstaan is. De oorspronkelijke top van het dekzand is toen verploegd, maar deze werkzaamheden zijn niet zodanig geweest dat archeologisch gezien het dekzand verstoord is. Grondsporen kunnen namelijk nog aanwezig zijn: er is dus sprake van een hoge mate van intactheid van de ondergrond van het plangebied.• Wat betreft de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum is de verwachting laag. Vindplaatsen uit deze tijd kenmerken zich doorgaans door een ijle, dunne strooiing van bewerkte stukken vuursteen, die op het dekzand ligt. Aangezien de oorspronkelijke top naar verwachting door landbouwwerkzaamheden verploegd is geraakt, zullen eventuele vindplaatsen uit deze tijd opgenomen zijn in het humeuze dek en niet meer in situ aanwezig zijn. • Voor wat betreft de Nieuwe tijd is de kans op bewoningssporen klein, zoals reeds op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld. Het is echter niet uitgesloten dat rondom en in het gebouw resten uit de Tweede Wereldoorlog te vinden zijn. Het pand is immers vijf jaar militair bezet geweest. Dit kan sporen in de bodem hebben achtergelaten, vanwaar hierop een hoge archeologische verwachting is afgegeven.
创建时间:
2024-01-31



