Transect-rapport 2681: Een Archeologische Bureauonderzoek. N2000 Naardermeer, Gemeente Gooise Meren (NH).
收藏DANS Data Station Archaeology2020-07-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-248-KJTD
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In april 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in acht deelgebieden rondom het Naardermeer (gemeente Gooise Meren). De deelgebieden zijn gelegen aan beide zijden van de spoorlijn die het Naardermeer kruist. De aanleiding van het onderzoek is de uitvoering van verschillende werkzaamheden in het kader van natuurbehoud (project N2000 Noord-Holland). Deze werkzaamheden zijn zowel gepland in de gemeente Gooise Meren als in de gemeente Wijdemeren. Op verzoek van de opdrachtgever is per gemeente een rapportage opgesteld voor de werkzaamheden. De huidige rapportage beslaat alleen de deelgebieden die in de gemeente Gooise Meren liggen. De geplande werkzaamheden bestaan hier uit plaggen, het verwijderen van bomen inclusief de stobben, het plaatsen van een damwand en duiker en het verwijderen van een kade. Het kader van het archeologisch onderzoek is de aanvraag van de omgevingsvergunning die de werkzaamheden mogelijk moet maken. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van het bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied. </p><p>In het plangebied wordt dekzand in de ondergrond verwacht. De top van het dekzand vormt het niveau waarin archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd aanwezig kunnen zijn. De top van het dekzand loopt op – komt ondieper voor - van west naar oost. In de meest westelijke deelgebieden wordt de top van het dekzand rond 2 m –Mv verwacht, maar in de vier meest oostelijke deelgebieden al binnen 0,5 m –Mv (deelgebied E t/m H). Vanwege de hogere ligging van het dekzand is het dekzand in het oosten van het plangebied ook langer aantrekkelijk voor bewoning geweest, doordat het hoger en droger in het landschap lag. Het is daarna verdronken onder het veen. Ter plaatse van deelgebieden E t/m H (oosten) geldt op basis hiervan een middelhoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd (bijlage 11). Bij deelgebieden A t/m D is de verwachting voor deze periode onbekend omdat het microreliëf van het dekzand niet bekend is. Wel is de kans dat eventuele archeologische resten en/of sporen hier zijn verstoord kleiner, doordat het dekzand dieper in de ondergrond ligt.</p><p>Voor wat betreft de periode IJzertijd-Vroege-Middeleeuwen geldt vanwege de aanwezigheid van een veengebied een lage archeologische verwachting. Op basis van het ontbreken van bebouwing op historisch kaartmateriaal geldt voor in ieder geval de periode Nieuwe Tijd een lage verwachting op nederzettingssporen. Het is onbekend of wel nederzettingssporen uit de Late-Middeleeuwen verwacht kunnen worden. Verwacht wordt echter dat ook in deze periode geen sprake is geweest van bewoning in het plangebied. Sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd zouden wel aanwezig kunnen zijn.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-04-29



