five

Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (18438.001) Rigastraat 17 te Deventer

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-03-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X8N-ZM8F
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat niet alleen ter plaatse van de voorheen bebouwde oppervlaktes, maar ook binnen de omliggende terreindelen (verhard dan wel in gebruik als groenstrook), er duidelijk sprake is van een verstoorde bodemopbouw. Er is sprake van cunet-/bouwzand dan wel teruggestort humeus zand, welke deels vermengd is met bouwzand of “geel” zand van de oorspronkelijke C-horizont. Er is sprake van een scherpe overgang direct naar de C-horizont en betreffen dekzandafzettingen, welke gerekend kunnen worden tot de (oude) dekzandwelvingen. In het zuidwestelijke deel van het plangebied is vanaf gemiddeld 150 cm -mv lichtgrijsbruin tot lichtgrijs gekleurd, zwak siltig, matig grof zand aangetroffen en dit betreffen vlechtende rivierterrasafzettingen (behorend tot het fluviatiele terrasrest). De verwachting is dat deze overal in het plangebied op diepte zullen voorkomen, maar komen in het zuidwestelijke deel van het plangebied ten opzichte van het huidige maaiveld op een (wat) geringe diepte voor.</p><p>Slechts één boring, boring 18 (in het uiterst zuidoostelijke deel van het onderzochte terrein), vertoond een bodemopbouw zoals deze ontstaan is tijdens het agrarisch gebruik als akkerland/bouwland. Deze bestaat uit een plaggendek betreft, gevolgd door een sterk gebioturbeerde overgangslaag (een zogenaamde “mollenlaag”) en vervolgens de C-horizont. Het plaggendek is hier van voldoende dikte om te spreken van een hoge enkeerdgrond. Boring 18 ligt ook (net) binnen de groenstrook/stroken grasveld, welke de meest zuidelijke rand van het bedrijfs-/fabrieksterrein vormen en waar dus wellicht grootschalige ontgravingen niet noodzakelijk waren (ten aanzien van het bestaande gebruik als bedrijfs-/fabrieksterrein, bouw en navolgende uitbreidingsfases van de fabriek). Ten behoeve van de geplande nieuwbouw zullen echter in de meest zuidelijke rand van het bedrijfs-/fabrieksterrein geen bodemverstorende worden uitgevoerd.</p><p>Verder zijn in géén van de gezette boringen restanten aangetroffen van de van nature gevormde bodemopbouw in de top van de dekzandafzettingen, welke meest waarschijnlijk een moderpodzolgrond zal zijn geweest (zie bureauonderzoek). Deze is ofwel volledig opgenomen in het voorheen aanwezige plaggendek, dan wel dat een restant hiervan vergraven is voorafgaand aan de inrichting als bedrijfs-/fabrieksterrein (met verschillende uitbreidingsfasen van fabrieksgebouwen). Voor het terreindeel waar nieuwbouw zal worden gerealiseerd (en daarmee bodemverstorende ingrepen dieper dan 50 cm -mv) is de verwachting dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau merendeels, zo niet geheel is verstoord/aangetast.</p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij over het algemeen sprake is van een sterk verstoorde bodemopbouw, er geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een duidelijk verstoorde bodemopbouw binnen het terreindeel waar nieuwbouw zal worden gerealiseerd en dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau merendeels, zo niet geheel is verstoord/aangetast.</p><p>Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2022-03-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务